profiel_210X170
Fotografie: Anja van Wijgerden

Marlies Batelaan

Welkom

Ruim twintig jaar schrijf ik over eten en drinken; eerst tien jaar voor Tip Culinair en vervolgens tien jaar voor Libelle. Na deze plezierige jaren bij beide tijdschriften vond ik het tijd worden voor iets anders. Omdat er veel te vertellen is over goede culinaire zaken en ik volop ideeën heb is deze site ontstaan. Een plek voor lekkere recepten, eerlijke wijnen, boeken, restaurants en producten en producenten die er toe doen.
Geniet ervan!

Voor cannelloni gebruik ik het liefst lasagnevellen, die kun je na het voorkoken gemakkelijker vullen.
Als voorgerecht is twee rolletjes per persoon voldoende, maar je kunt dit makkelijk uitbreiden tot een hoofdgerecht, dan is dit recept voor drie personen.
De geitenkaas kun je vervangen door geraspte jonge boerenkaas, zet de rolletjes dan iets langer in de oven, zodat de kaas kan smelten.
In dit laatste geval heb je aan circa 150 gram geraspte kaas voldoende.

voorgerechten

Cannelloni met geitenkaas en knolselderij

INGREDIENTEN
  • 12 lasagnevellen
  • zout, peper
  • 2 sjalotjes
  • 400 gram knolselderij
  • 250-300 gram verse geitenkaas
  • 40 gram roomboter
  • 2 theelepels fijngesneden rozemarijn
  • 2 eetlepels fijngesneden platte peterselie
  • 50 gram gepelde walnoten
  • 2-3 eetlepels walnootolie
  • 30-50 gram dun geschaafde pecorino
BEREIDING

Kook de lasagnevellen volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking beetgaar in ruim kokend water met zout.
Laat ze op een schone doek uitlekken, zorg dat ze elkaar niet raken.
Snijd de sjalotjes fijn, snijd de knolselderij in blokjes en verkruimel de geitenkaas.
Bak de sjalotjes 5-6 minuten op zacht vuur in 15 gram boter.
Kook de blokjes knolselderij beetgaar in 5-7 minuten in kokend water met zout.
Meng de selderij met de geitenkaas, sjalotjes, 1 eetlepel rozemarijn, peterselie en zout en peper naar smaak.
Leg op elk lasagnevel een flinke schep van deze vulling en rol dit losjes op.
Leg de rolletjes op een met bakpapier beklede bakplaat met de naad naar beneden en verwarm ze 5-10 minuten in een voorverwarmde oven op 150°C.
Smelt 25 gram boter en verwarm daarin 1 eetlepel rozemarijn.
Hak de walnoten grof en voeg ze toe aan de rozemarijnboter, samen met de walnootolie.
Verwarm alles goed en schenk de geurige walnoot-rozemarijnboter over de cannelloni.
Bestrooi met pecorino.

Voor 4-6 personen

Niet iedereen zal een fan zijn van dit voorgerechtje, maar liefhebbers van bloedworst, en tot die groep behoor ik, zullen smullen.
Die zachte Franse bloedworst is in dit gerecht het lekkerst en deze kun je ook goed prakken.
Maar niet getreurd als deze onvindbaar is, met de Hollandse bloedworst van een goede slager lukt het ook, in dat geval moet de worst in kleine blokjes worden gesneden.
Serveer er een kleine salade bij of een appelcompote.
Het is misschien een idee om bloedworsthaters ook krokante rolletjes te serveren, maar dan gevuld met feta of geitenkaas (zie recepten op deze site: filodeegpakketjes met feta of geitenkaaspakketjes).

voorgerechten

Bloedworst in filodeeg

INGREDIENTEN
  • 2 sjalotjes
  • 60 gram roomboter
  • 400-500 gram bloedworst
  • 1 goudreinet
  • zout, peper
  • 8 repen filodeeg van circa 12 x 12 centimeter
BEREIDING

Snijd de sjalotjes fijn en bak ze circa 5 minuten in 25 gram boter op zacht vuur.
Verwijder het vel van de bloedworst en prak de worst grof. Snijd stevige bloedworst in kleine blokjes. Schil de appel en snijd deze in kleine blokjes.
Voeg de worst toe aan de sjalotjes en bak het mengsel al omscheppend 3 minuten, roer ook de appel erdoor en bak nog 2-3 minuten.
Breng op smaak met zout en peper en laat het enkele minuten afkoelen.
Smelt de rest van de boter (35 gram) en bestrijk hiermee de repen deeg heel dun.
Verdeel het bloedworstmengsel over de onderkant van de repen deeg, maak als het ware kleine worstjes van de vulling van circa 7 centimeter lang.
Vouw de zijkanten van het deeg naar binnen en rol het deeg rond de vulling tot kleine ‘sigaartjes’. Bestrijk de rolletjes met de rest van de boter en bak ze in 14-22 minuten krokant en goudgeel op een met bakpapier beklede bakplaat in een voorverwarmde oven op 180°C.
Serveer ze met een toefje salade of met appelcompote, hiervan krijgt u morgen het recept.

Voor 4 personen

200 persoonlijke favorieten van de Vlaamse chef Jeroen Meus.

en-ook-nog

Dagelijkse Kost, mijn 200 klassiekers

Dagelijkse kost

Misschien bent u al een fan van Jeroen Meus?
Op werkdagen is hij van 18.15-18.30 uur te zien op de Belgische TV (België één) met zijn programma Dagelijkse Kost.
Ik ben dol op Jeroen, de enthousiaste, sympathieke kok met zijn heerlijke Belgische tongval die  elke keer een makkelijke maaltijd maakt.
De vele praktische aanwijzingen van hem maken dat het gerecht inderdaad niet kan mislukken en het zijn altijd lekkere familiemaaltijden met ingrediënten van het seizoen die goed verkrijgbaar zij .

200 klassiekers, favorieten van Jeroen, zijn nu gebundeld in een dikke pil van ruim 450 pagina’s, waarbij elk gerecht is voorzien van een fraaie foto en een duidelijke beschrijving, met zelfs af en toe een extra tip erbij.
Zelfs de beginnende 'kok' kan ermee uit de voeten.
Het boek nodigt uit om er direct mee aan de slag te gaan en er staat, hoewel het om dagelijkse gerechten gaat, toch menig lekker kerstgerecht in.

Al bladerend mis ik wel een beetje de stem van Jeroen, zijn vele verkleinwoorden als groentjes en slaatjes, maar gelukkig zijn een groot aantal echte Belgische woorden, bijvoorbeeld witloof (witlof), pladijs (schol) en loskokende (kruimige) aardappelen, bewaard gebleven.

De hartige gerechten zijn voor het grootste deel hoofdgerechten, op de hapjes, enkele soepen en salades en  gerechtjes als garnalencocktail, carpaccio en tartaar na. Toetjes en gebak ontbreken natuurlijk niet, ook hier veel klassiekers met een eigentijds, verrassend tintje.
Ik ben blij met het eerste hoofdstuk, waar basisgerechten als bouillons, sauzen en verschillende aardappelbereidingen ruim aandacht krijgen.

Kortom, een goed boek vol ideeën voor een echt lekkere dagelijks maaltijd.
Dagelijkse Kost, mijn 200 klassiekers van Uitgeverij Becht is te koop bij de boekhandel voor € 29,95 (ISBN 978 90 230 1446 1).

Kies de slasoort die u het lekkerst vindt of maak een gemengde salade met kleine slablaadjes naar keuze en wat rucola en veldsla.
De ham wordt even krokant gebakken in wat olijfolie, het geeft de salade pit en een lekkere beet.

voorgerechten

Salade met krokante Parmaham

INGREDIENTEN
  • 5 eetlepels olijfolie
  • 6 plakken Parmaham
  • 3 eetlepels pijnboompitten
  • 1 krop sla naar keuze
  • 2 struikjes witlof of roodlof (of van beide één)
  • 1 eetlepel balsamico-azijn
  • 1 theelepel mosterd
  • zout, peper
  • 2 eetlepels zwarte olijven met pit
  • 50 gram Parmezaanse kaas
BEREIDING

Verhit 1 eetlepel olijfolie in een grote koekenpan en bak hierin de plakken ham krokant, doe dit eventueel in gedeelten.
Laat de plakken ham op keukenpapier uitlekken en breek ze in stukken.
Rooster de pijnboompitten in een droge koekenpan goudgeel en laat ze op een bord afkoelen.
Verdeel de krop sla in stukjes, haal de blaadjes los van de struikjes lof en meng ze met de slablaadjes.
Roer een dressing van de azijn, mosterd, 4 eetlepels olijfolie en zout en peper naar smaak.
Schep de dressing door de salade, strooi de pijnboompitten erover evenals de stukjes ham en de olijven.
Schaaf als laatste de Parmezaanse kaas erover.

Voor 4 personen

Misschien is het wat ongewoon om een ‘broodje’ als voorgerecht te serveren, maar in Italië heb ik vaak verrukkelijke bruschetta gegeten als eerste gang, soms heel royaal belegd en soms heel pover met alleen knoflook, zeezout en de lekkerste olijfolie.
Deze versie met venkel, uien en olijven is heel gemakkelijk te maken en het grote voordeel is dat je het beleg van tevoren kunt bereiden, voor serveren hoef je het alleen nog even zacht te verwarmen en het brood te roosteren.
Serveer het met een toef salade, heerlijk fris en het ziet er ook direct leuk uit.
Als groene blaadjes kun je rucola, waterkers of winterpostelein gebruiken of wat malse slablaadjes en maak deze aan met een beetje vinaigrette (zie recept avocado met vinaigrette).
Er kan ook nog een plak rauwe ham of mortadella op, maar dan is het geen vegetarisch gerechtje meer.

voorgerechten

Bruschetta met venkel, ui en olijven

INGREDIENTEN
  • 2 middelgrote uien
  • 2 flinke venkelknollen
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 15 gram roomboter
  • 4 eetlepels groentebouillon
  • 10 zwarte olijven, ontpit
  • zout en peper
  • 4 grote plakken ambachtelijk brood van circa 1 centimeter dik
BEREIDING

Halveer de gepelde uien en snijd ze in dunne halve ringen, snijd de venkel in reepjes.
Verhit de olie met de boter en bak hierin de uien met de venkel 40-50 minuten op zacht vuur.
Roer regelmatig, de groenten mogen goudbruin kleuren, maar let op dat ze niet verbranden.
Voeg de bouillon toe en de in plakjes gesneden olijven en verwarm nog even tot het vocht verdampt is.
Breng op smaak met zout en peper.
Rooster de plakjes brood en serveer het venkelmengsel erop.
Lekker met een toef salade, zoals hierboven beschreven.

Voor 4 personen

Nog twee weken piekeren over het kerstdiner….. inmiddels staan er zoveel recepten op deze website dat er keuze genoeg is om een zeer smakelijk etentje samen te stellen.
Omdat ik zelf een liefhebber ben van kleine gerechtjes, in een restaurant bestel ik vaak meerdere voorgerechten in plaats van een voor- en een hoofdgerecht, geef ik hier de komende weken verschillende voorgerechten die samen een meergangen-diner vormen.
Ook kun je de meeste van deze gerechten in een wat grotere portie serveren, zodat er toch een hoofdgerecht ontstaat.

Ik begin met een bloemkoolsoep met daarin krokante blokjes chorizo en Hollandse garnaaltjes.
Die combinatie van pikante chorizo en zilte garnaaltjes is verrukkelijk, maar je kunt ook een van beide kiezen.

voorgerechten

Bloemkoolsoep met Hollandse garnalen en chorizo

INGREDIENTEN
  • 60 gram chorizo
  • 1 flinke bloemkool
  • zout, peper
  • scheut olijfolie
  • 5-7 deciliter kippenbouillon
  • 100 gram gepelde Hollandse garnaaltjes
  • 1-2 eetlepels fijngesneden bieslook
BEREIDING

Snijd de chorizo in kleine blokjes en bak deze krokant in een droge koekenpan.
Laat ze uitlekken in een zeef en zet ze apart.
Verdeel de bloemkool in roosjes en gebruik ook een stukje van de steel, niet de harde stronk, maar de zachtere delen.
Kook de bloemkool in ruim kokend water met zout net gaar in 5-10 minuten, de groente moet niet te slap worden.
Laat de bloemkool uitlekken, spoel hem koud en laat weer goed uitlekken.
Pureer de bloemkool in een keukenmachine of met de staafmixer samen met een scheutje olijfolie en wat zout en peper naar smaak.
Voeg de bouillon toe en meng alles goed, doe dit nog met de staafmixer of in de keukenmachine.
Verwarm de soep en breng hem op smaak met zout en peper.
Serveer de soep in kleine kommen en leg de chorizo, garnaaltjes en bieslook in de soep. Druppel er nog een mooi sliertje olijfolie in.

Voor 4-8 personen