Alle artikelen met het onderwerp:

kaneel

In mijn diepvries ligt altijd wel een pak roomboterbladerdeeg, ik vind het prettig om zoiets bij de hand te hebben, omdat je hiermee snel een zoet of hartig gerecht kunt maken, zoals Hollandse botervlinders.
Voor deze koekjes wordt het bladerdeeg voor het oprollen dun bestrooid met suiker, tijdens het bakken karameliseert de suiker, zodat er heerlijke krokante koekjes ontstaan.
Het snufje kaneel geeft deze koekjes die echte Hollandse smaak, maar als u nu niet van kaneel houdt, kunt u het gewoon weglaten.
Het is een snel en makkelijk recept, in een handomdraai gemaakt.

zoet

Botervlinders, Hollandse

INGREDIENTEN
  • 4 plakjes diepvries-roomboterbladerdeeg, ontdooid
  • 2 eetlepels gesmolten roomboter
  • 40-50 gram kristalsuiker
  • 0,5-1 theelepel gemalen kaneel
BEREIDING

Leg de plakjes deeg op elkaar en rol ze uit tot een lap van circa 20 x 20 centimeter.
Bestrijk het deeg met de boter en strooi de suiker en kaneel erover.
Rol de twee zijkanten van de deegplak naar het midden, zodat er een vlinder (of hartje) ontstaat.
Laat de deegrol even goed koud worden in de koelkast en snijd hem dan in circa 20 plakjes van 1 centimeter dik.
Leg deze op een met bakpapier beklede bakplaat en bak de koekjes in 15-22 minuten goudgeel en krokant in een voorverwarmde oven op 220°C.
Laat ze op een rooster afkoelen. 

Voor circa 20 stuks

In kan er niet langer omheen, want hoewel de aardbeien in Nederland langzaam op gang komen, vullen ze in Frankrijk inmiddels halve marktkramen.
De licht zure Clery kan soms een beetje suiker gebruiken en is daarom heel geschikt voor deze warme bereiding.
Proef dit gerechtje maar eens, de smaak is heel intens.

zoet

Aardbeien ‘en papillotte’

INGREDIENTEN
  • 600 gram aardbeien
  • 1-3 eetlepels lichtbruine basterdsuiker
  • 2-3 eetlepels witte rum 
  • 2 kaneelstokjes, gehalveerd
    of 4 steranijs 
  • lobbig geklopte slagroom
BEREIDING

Halveer de aardbeien en snijd grote exemplaren zelfs in vieren.
Meng de aardbeien met de suiker en de rum.
Verdeel dit mengsel over 4 grote stukken dubbelgevouwen bakpapier of aluminiumfolie en leg op elk hoopje 0,5 kaneelstokje of een steranijs.
Vouw de pakketjes goed dicht en verwarm ze 8-12 minuten in een voorverwarmde oven op 200°C (of op de barbecue) tot de aardbeien door en door warm zijn.
Serveer er eventueel een lepeltje lobbig geklopte slagroom bij.

Voor 4 personen

Stoofpeertjes zijn er nog, daar wil ik graag van profiteren en daarom ga ik aan de slag met een flinke hoeveelheid.
Omdat ze heel lang moeten stoven maak ik een flinke pan vol en vries daarvan een deel in.
Dat gaat goed, de peertjes blijven goed van smaak en behouden ook hun structuur.
Ik gebruik het liefst de bekendste stoofpeer, de Gieser Wildeman, deze kleurt rood als je ze zo’n twee tot drie uur stooft in een vloeistof die net tegen de kook aangehouden wordt.
Dat lange stoven is niet altijd nodig, na circa één uur zijn de peertjes al mooi zacht en lekker van smaak, maar stoofpeertjes worden nu eenmaal altijd rood geserveerd.
Om ze een handje te helpen bij het rood kleuren, kunt u een deel van het water vervangen door rode wijn of port.
Ikzelf vindt het geen probleem als ze niet echt rood worden, de smaak is er niet minder om. 
Stoofpeertjes worden altijd geschild en in zijn geheel of in stukken gesneden gestoofd.
Bij hele peertjes is het decoratief om de steeltjes eraan te laten.
Een kaneelstokje en reep citroenschil, maar ook een steranijs zorgen voor een extra kruidige smaak.
Bij wild, bij kip en eend en bij stoofgerechten zoals hachee zijn stoofpeertjes verrukkelijk, maar samen met een lepeltje lobbig geklopte slagroom vind ik ze ook erg lekker als nagerecht.

bijgerechten

Stoofpeertjes

INGREDIENTEN
  • 2 kilo kleine stoofpeertjes, bij voorkeur Gieser Wildeman
  • eventueel 3 deciliter port
    of rode wijn
  • 60-80 gram kristalsuiker
  • 2 kaneelstokjes
  • dun afgesneden schil van
    1 citroen
  • 1 steranijs
BEREIDING

Schil de peertjes dun en laat de steeltjes eraan.
Zet de peertjes naast elkaar in een wijde pan met de steeltjes naar boven.
Schenk zoveel water (en eventueel de port) in de pan tot de peertjes net onderstaan, voeg de suiker toe samen met de kaneelstokjes, citroenschil en steranijs.  
Breng alles tegen de kook aan en laat de peertjes op deze manier 1 tot 3 uur zachtjes garen in een bijna gesloten pan (er mag een heel klein kiertje open staan) tot ze mooi rood zijn.  
Laat ze in het vocht afkoelen.
Neem de peertjes voor serveren uit het vocht en laat de overgebleven vloeistof iets inkoken en vervolgens weer afkoelen.
Serveer de vloeistof over de peertjes. 

Voor circa 10 personen

Peren zijn al eens voorbij gekomen als crumble, maar deze lekkere wintervrucht leent zich voor veel meer gerechten.
Perensleetjes zien er prachtig uit, alsof ze zo bij de banketbakker vandaan komen en lekker dat ze zijn….
En toch zijn ze heel gemakkelijk te maken.
Kant-en-klaar bladerdeeg is de basis, daarbij komen lekkere handperen, wat honing en suiker en een snufje gemalen kaneel.

zoet

Perensleetjes

INGREDIENTEN
  • 3 plakjes diepvriesbladerdeeg
  • 3 rijpe, maar stevige handperen
  • 2 eetlepels honing
  • 2 eetlepels kristalsuiker
  • snufje gemalen kaneel
  • eventueel poedersuiker
BEREIDING

Laat de plakjes deeg ontdooien, rol elk plakje deeg iets uit en halveer ze.
Leg ze even in de koelkast.  
Schil de peren, halveer ze en verwijder het klokhuis.
Snijd steeds een gehalveerde peren in heel dunne plakken en leg deze plakken tegen elkaar op een stukje deeg, zodat het net lijkt of er een halve peer op ligt. 
Steek het steeltje eventueel in het deeg, zodat het uitsteekt, dit kan natuurlijk slechts bij drie taartjes of 'leen' nog drie steeltjes van andere peren.  
Snijd het deeg rondom de peer weg maar laat daarbij een deegrand van circa 1 centimeter zitten. Nu zijn er peervormige taartjes ontstaan.
Bestrijk de peer en het deeg dun met honing en bak de taartjes 20-25 minuten in het midden van een voorverwarmde oven op 200°C.
Meng de suiker met de kaneel en bestrooi de deegranden van de taartjes na circa 10 minuten baktijd met de kaneelsuiker, zodat het deeg licht karameliseert tijdens het bakken.
Bestrijk de warme peren uit de oven eventueel nog met wat honing zodat ze mooi gaan glanzen, of bestrooi ze heel dun met poedersuiker.

Voor 6 stuks

Rendang is dat heerlijke, kruidige rundvlees dat urenlang stooft in kokosmelk, het is één van de toppers van de Indonesische rijsttafel.
Het fijnmaken van de kruiden is wel even wat werk en daarom loont het de moeite om een extra grote hoeveelheid rendang te maken, zodat u een gedeelte kunt invriezen.
Voor dat fijnmaken van de kruiden is een grote vijzel ideaal, dat geeft echt de meeste smaak, maar kost ook de meeste tijd.
Wilt u het liever wat sneller doen, gebruik dan een keukenmachine.
Maar maal de ingrediënten niet té fijn, gebruik liever de pulsknop van de machine. 
Alle ingrediënten zijn bij de toko te koop en sommige ook bij de supermarkt.
Maar voor de verse geelwortel en verse limoenblaadjes zult u waarschijnlijk toch de toko moeten bezoeken.
Bij het schillen en in stukken snijden van de geelwortel is het handig om plastic handschoenen te dragen, want de gele kleur blijft aan de handen zitten.
Limoenblaadjes zijn er ook gedroogd, maar de verse geven veel meer smaak, u kunt de verse heel goed invriezen.

hoofdgerechten

Rendang; Indonesisch rundvlees

INGREDIENTEN
  • 3 sjalotjes
  • 2 teentjes knoflook
  • 3 cm verse gemberwortel
  • 2 cm verse geelwortel (koenjit)
  • 2 cm verse galangawortel (laos)
  • 3-4 rode pepers
  • 2 eetlepel gedroogde geraspte kokos
  • 3 kruidnagels
  • 3 eetlepels arachideolie
  • 2 theelepels gemalen korianderzaadjes
  • 1 theelepel gemalen komijnzaadjes
  • 500 gram mager rundvlees (riblappen)
  • 1 stengel citroengras (sereh)
  • 3 limoenblaadjes (djeroek poeroet)
  • 1 kaneelstokje
  • 1 theelepel tamarindepasta
  • zout
  • circa 6 deciliter ongezoete kokosmelk
BEREIDING

Schil de sjalotjes, knoflook, gemberwortel, geelwortel en galangawortel en snijd deze ingrediënten en ook de rode pepers in stukken.
Verwijder van de rode pepers eventueel eerst de zaadjes als u het gerecht wat minder scherp wilt maken.  
Maak daarna de sjalot, knoflook, gemberwortel, geelwortel, galangawortel en rode peper fijn in een vijzel of keukenmachine. Maak bij de keukenmachine gebruik van de pulsknop, anders wordt het mengsel misschien té fijn.   
Rooster de gedroogde kokos onder regelmatig omscheppen goudgeel in een droge koekenpan en laat het op een bord afkoelen.
Wrijf de kruidnagels fijn.
Verhit de olie in een stevige braadpan en bak hierin het fijngewreven kruidenmengsel samen met koriander, komijn, kruidnagel en geroosterde kokos 6-8 minuten op middelhoog vuur tot het mengsel droog is.
Voeg dan het in blokjes gesneden vlees toe en schep alles goed om.
Voeg citroengras, limoenblaadjes, kaneelstokje, tamarinde en wat zout toe en roer er 4,5 deciliter kokosmelk door.
Laat het vlees circa 2 uur zachtjes sudderen tot het bijna gaar is. 
Verwijder het kaneelstokje en roer er nog 1,5 deciliter kokosmelk door. Laat het vlees nog 30-45 min. zachtjes sudderen tot het vocht verdampt is en de olie zich gaat afscheiden.
De rendang mag vrij droog zijn.
Serveer met witte rijst. 

Voor 4-6 personen

Het wordt weer eens tijd voor een dessert en dan denk ik in deze tijd van het jaar aan peren, deze vruchten laten zich graag in desserts verwerken. 
Het lekkere van een crumble vind ik de combinatie van het zachte fruit met het krokante deeglaagje, bovendien is het een dessert dat heel gemakkelijk in een grotere hoeveelheid kan worden gemaakt en dat maakt het heel geschikt voor een etentje met veel gasten. 
Gemalen amandelen of amandelpoeder zag ik laatst bij de natuurvoedingswinkel.
U kunt het eventueel zelf maken door amandelen zo fijn mogelijk te malen in de keukenmachine, let op dat u niet té lang maalt want dan scheidt de olie zich af. Zelf malen geeft een grover resultaat dan kant-en-klaar gekocht amandelpoeder, maar dat is niet erg.
Kaneel geeft dit toetje een warme, beetje ouderwetse smaak, maar u kunt dit specerij ook achterwege laten of vervangen door enkele gekneusde anijszaadjes.

zoet

Crumble met peren

INGREDIENTEN
  • 6 rijpe, maar wel stevige handperen
  • 20 gram roomboter
  • 25 gram grof gehakte of geschaafde amandelen
  • mespunt gemalen kaneel of 0,5 theelepel gekneusde anijszaadjes
  • 1 theelepel lichte basterdsuiker
  • voor de kruimellaag:
  • 100 gram bloem
  • 50 gram lichte basterdsuiker
  • 50 gram gemalen amandelen
  • 100 g koude roomboter, in klontjes
BEREIDING

Schil de peren, verwijder het klokhuis en snijd de peren in blokjes van 2 x 2 centimeter.
Smelt de boter, schep de peren erdoor en verwarm ze circa 2 minuten. Roer de amandelen erdoor met de kaneel of de anijszaadjes en de suiker en schep het mengsel in een met boter ingevette ovenschaal.
Kruimellaag: meng de bloem, suiker en gemalen amandelen in een kom. Voeg de klontjes koude boter toe en meng deze met de vingertoppen door het bloemmengsel tot het mengsel op broodkruim lijkt.
(Dit kan eventueel ook in de keukenmachine: doe bloem, suiker en amandelen in de kom van de machine, meng even en voeg dan de klontjes boter toe. Verkruimel deze met behulp van de pulsknop door het bloemmengsel tot het op broodkruim lijkt.)
Verdeel het kruimeldeeg gelijkmatig over de peren en bak de crumble 25-30 minuten in het midden van een voorverwarmde oven op 190ºC tot de kruimellaag goudgeel is.
Serveer de crumble warm of lauwwarm.

Voor circa 6 personen