Om nog even in Indonesische sferen te blijven volgt hier het recept van gebakken rijst; Nasi Goreng.
Hoewel het officieel een bijgerecht is, wordt het in ons land vaak als hoofdgerecht gegeten, soms met saté erbij.
Deze rijk gevulde versie met vlees en garnalen kan als hoofdgerecht worden geserveerd, samen met groente is dat een complete maaltijd.
Maar deze nasi goreng kan evengoed bij een rijsttafel worden geserveerd of bij de rendang of babi ketjap (zie recepten), eventueel kunt u dan de hoeveelheid vlees halveren.
Kook de rijst het liefst ruim van te voren, zodat het volledig is afgekoeld voor het wordt gebakken.
hoofdgerechten
INGREDIENTEN
- 500 gram langkorrelige witte rijst
- zout, peper
- 2 eieren
- 4 eetlepels arachideolie
- 3 sjalotjes
- 2 teentjes knoflook
- 3-4 lente-uitjes
- 0,5 theelepel garnalenpasta (trassi)
- 0,5 theelepel geelwortelpoeder (koenjit)
- 1 theelepel paprikapoeder
- 1-2 theelepels geraspte gemberwortel
- 1-2 theelepels sambal oelek
- 400 gram mager varkensvlees
- 150 gram gepelde gekookte garnalen
BEREIDING
Kook de rijst gaar volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking en laat hem daarna goed afkoelen.
Klop de eieren los met wat zout en peper en 1 theelepel water.
Verhit in een grote koekenpan 1 eetlepel olie en bak hierin van het eimengsel een dunne omelet.
Laat de omelet afkoelen, rol hem op en snijd hem in smalle reepjes.
Pel de sjalotjes en knoflook en snijd beide fijn.
Snijd de lente-uitjes in dunne ringen.
Roer de garnalenpasta los met 1 eetlepel water en meng het met de geelwortel, paprika, gemberwortel, sjalot, knoflook en sambal oelek.
Snijd het vlees in blokjes en roer deze door het kruidenmengsel.
Laat de smaken circa 10 minuten intrekken.
Verhit 3 eetlepels olie in een wadjan, wok of grote koekenpan en bak hierin het vleesmengsel 8-10 minuten tot het vlees gaar is. Roer de rijst erdoor en bak deze al omscheppend mee, zorg dat de rijstkorrels goed losraken.
Schep ook de garnalen en de lente-ui erdoor en laat het gerecht goed warm worden.
Breng de nasi op smaak met zout en garneer met omeletreepjes.
Voor 4-6 personen, als hoofdgerecht
Voor 6-8 personen, als bijgerecht
Deze soep krijgt extra smaak als je een stuk korst van oude boerenkaas of Parmezaanse kaas toevoegt, alleen de korst bedoel ik dan en niet de eventuele coating. De korst laat je gewoon meetrekken.
Je kunt ook een stukje rauwe ham toevoegen, zo’n eindstukje, waar je geen plakjes meer van kunt snijden. Ik vraag mijn slager altijd om die stukjes voor mij te bewaren, het geeft de bouillon heel veel smaak. De soep is in dat geval natuurlijk niet meer vleesloos.
Maar noodzakelijk zijn deze toevoegingen niet, met alleen bouillon wordt het ook een lekkere soep.
Een stukje foelie is wel aan te raden, dat is heerlijk in bonensoep, maar wees er voorzichtig mee, het kan snel overheersen.
Ga op zoek naar Italiaanse witte bonen, de cannellinibonen, deze zijn steviger dan de gangbare witte bonen, ze hebben meer ‘beet’.
hoofdgerechten
INGREDIENTEN
- 2 uien
- 2 wortelen
- 1 teentje knoflook
- 4 rijpe tomaten
- 4-5 eetlepels olijfolie
- 2 blaadjes laurier
- 3 takjes tijm
- 1 blik à 400 gram Italiaanse witte bonen, uitgelekt
- circa 1 liter groentebouillon
- 2 reepjes citroenschil
- klein stukje foelie
- stuk korst van oude boerenkaas of Parmezaanse kaas
- zout, verse gemalen peper
- handvol spinazieblaadjes of reepjes groene kool
- 2-4 eetlepels fijngesneden platte peterselie
BEREIDING
Snijd de uien, wortelen en het teentje knoflook fijn.
Ontvel de tomaten; leg ze in een kom, schenk er zoveel kokend water over tot ze onderstaan en tel tot dertig.
Spoel de tomaten koud en verwijder het velletje. Snijd ze in stukjes.
Verhit 2-3 eetlepels olijfolie in een pan met stevige bodem en bak hierin de ui, wortel en knoflook 5-8 minuten op zacht vuur.
Voeg de tomaten, laurier en tijm toe en verwarm nog 3-4 minuten.
Voeg de witte bonen en de bouillon toe, evenals citroenschil, foelie, kaaskorst (of stukje ham) en wat peper en laat de soep op zacht vuur 10-15 minuten zachtjes koken.
Roer er dan de spinazie door, de blaadjes zullen direct slinken in de hete soep.
Als je groene kool gebruikt, laat deze dan 1-2 minuten zachtjes meekoken.
Breng de soep op smaak met zout, peper en peterselie.
Druppel aan tafel een sliertje olijfolie in de soep.
Voor 4 personen
Wortel en salie gaan wondergoed samen, dat proef je als je ze samen roostert.
Een beetje stevige boswortelen zijn heel geschikt, maar je kunt ook niet te dikke winterwortelen gebruiken.
Deze laatste vragen wel 10 minuten langer bereidingstijd.
Dat inwrijven van de braadslede lijkt een beetje overdreven, omdat je ook olie gebruikt, maar doe het toch maar, want het komt de smaak ten goede. Wortelen houden van boter!
bijgerechten
INGREDIENTEN
- 30-40 gram zachte roomboter
- 800 gram boswortelen of kleine winterwortelen
- 5 teentjes knoflook
- 3 eetlepels olijfolie
- klein handje verse salieblaadjes
- zout, vers gemalen peper
BEREIDING
Vet de bodem van een braadslede of ovenschaal, die groot genoeg om de plakjes wortel in één laag in te leggen, royaal in met boter.
Schrap de wortelen of schil ze met een dunschiller.
Snijd ze in plakjes van circa 1 centimeter dik.
Pel de teentjes knoflook, halveer ze en verwijder de kiem, bij jonge knoflook is dat niet nodig, daarin zit nog geen kiem.
Doe de knoflook met de wortelen in een kom en voeg de olie, salie en zout en peper naar smaak toe.
Meng alles goed en schep het mengsel in één laag in de braadslede.
Rooster de wortelen circa 30 minuten (winterwortelen circa 40 minuten) in een voorverwarmde oven op 200ºC tot ze beetgaar zijn.
Voor 4 personen
Bagna Càuda is een warme dip gemaakt van ansjovis, boter, olijfolie en knoflook, het vindt zijn oorsprong in het Italiaanse Piemonte.
De dip moet tijdens het serveren warm blijven en daarvoor zijn de kleine tapasfonduesets van Boska (zie ‘en ook nog/op tafel’) ideaal, op het waxinelichtje blijft de pittige dip precies goed op temperatuur.
In dit gerecht ‘smelt’ je de ansjovisfilets als het ware, zodat het een vloeibaar mengsel wordt.
Ga voor Bagna Càuda op zoek naar de beste ansjovisfilets, het liefst de visjes die zijn ingelegd in zout, deze zijn vrijwel altijd van een betere kwaliteit dan de visjes op olie.
Kun je ze niet vinden, gebruik dan de allerbeste visjes op olie en spoel deze even onder de stromende kraan, waarna je ze goed droogdept.
Ansjovis op zout spoel je overigens ook eerst af voordat je ze gebruikt.
Serveer de warme dip met verschillende rauwe en beetgaar gekookte groenten, bijvoorbeeld bleekselderij, wortel, asperge en paprika. Je kunt er ook blaadjes (veld)sla, rucola, waterkers en witlof in dippen.
hartig
INGREDIENTEN
- 100 gram ansjovisfilets van goede kwalitei,
het liefst ingelegd met zout, anders op olie
- 2-3 teentjes knoflook
- 50 gram roomboter
- 1-1,5 deciliter olijfolie
BEREIDING
Spoel de visjes onder de stromende kraan en dep ze goed droog. Snijd ze zo fijn mogelijk.
Druk de teentjes knoflook door een pers of wrijf ze heel fijn op zo'n Provençaals aardewerken knoflookraspje.
Verwarm de knoflook circa 10 minuten in de boter met de olie in een kleine, stevige pan op heel zacht vuur, druk steeds met een houten lepel op de knoflook, zodat hij als het ware smelt.
Voeg dan de ansjovis toe en blijf drukken met die lepel, zodat ook de ansjovis smelt. Laat het vuur heel laag staan, het mengsel mag niet gaan bakken.
Schep de bagna càuda, als de visjes gesmolten zijn, in zo'n tapasfondueschaaltje (of ander schaaltje dat warm gehouden kan worden), houd de dip warm op het waxinelichtje en serveer het als hapje of voorgerecht samen met bijvoorbeeld reepjes rauwe groenten als bleekselderij, paprika, venkel en wortel of beetgaar gekookte groenten als asperges, bloemkool en broccoli.
Ook blaadjes witlof, sla, rucola of waterkers kun je in het warme bad dippen.
Voor 4-6 personen
Op de markt zie je al volop pompoenen, ik aarzel altijd een beetje met de eerste aankoop, want een pompoen geeft mij een najaarsgevoel en daar wil ik nog niet aan.
Maar ze zijn heerlijk en daarom heb ik er vandaag toch maar een gekocht, zo’n kleine, die ze in Frankrijk potimarron noemen.
Roosteren is een mooie techniek voor een pompoen, de smaak wordt extra intens en erg lekker.
In plaats van een potimarron kun je ook een langwerpige butternutpompoen kiezen.
Het in parten snijden is altijd een zwaar klusje, gebruik een groot scherp mes, dan gaat het makkelijker.
De schil kan eraan blijven, dat scheelt weer, deze wordt tijdens het roosteren zacht zodat je hem kunt eten.
Je kunt het spek ook weglaten, wrijf de stukken pompoen dan goed in met olijfolie en strooi er na het roosteren dun geschaafde oude boerenkaas over.
bijgerechten
INGREDIENTEN
- 1 kleine oranje pompoen of butternutpompoen
- zout, peper
- 8-16 dunne plakjes mager gerookt spek
- enkele takjes tijm
- 4 teentjes knoflook, ongepeld
- 2-3 eetlepels olijfolie
BEREIDING
Was en droog de pompoen, snijd hem in 8 parten en verwijder de zaden en de draden.
Bestrooi de pompoenparten met zout en peper en rol elk stuk in 1-2 plakjes spek, afhankelijk van de grote van de plakjes spek.
Leg de pompoenparten in een braadslede, leg de tijm en knoflooktenen ernaast en sprenkel er wat olijfolie over.
Bak de pompoen op een met bakpapier beklede bakplaat circa 1 uur in een voorverwarmde oven op 160ºC.
De zachte knoflook kun je uit de velletjes drukken en bij de pompoen serveren.
Voor 4 personen
Deze bereiding met specerijen en kruiden maakt van een eenvoudig kippenboutje een ware smaaksensatie.
Je begint met het marineren van de kippenbouten, dat kun je ’s ochtends vast doen en zelfs de dag ervoor.
Je kunt het ook achterwege laten en de specerijen er pas vlak voor het aanbraden inwrijven, maar voor een diepere smaak verdient marineren de voorkeur.
hoofdgerechten
INGREDIENTEN
- 4-6 kippenbouten
- snufje gemalen kaneel
- 1 theelepel paprikapoeder
- 1 theelepel gemalen komijnzaadjes
- 0,5 theelepel gemalen korianderzaadjes
- 1 gedroogde rode peper, verkruimeld
- zout, peper
- 2 teentjes knoflook
- 3 sjalotten
- 2-3 eetlepels olijfolie
- 1 eetlepel geraspte gemberwortel
- 3-4 deciliter kippenbouillon
- 40 g groene olijven met pit
- 2-3 eetlepels fijngesneden koriander of platte peterselie
BEREIDING
Halveer de kippenbouten.
Meng de kaneel met paprikapoeder, komijn, koriander, rode peper en wat zout.
Wrijf dit mengsel op de kipdelen, ook onder het vel en laat de smaken minstens 1 uur intrekken.
Snijd de knoflook en sjalotjes fijn.
Verhit de olie in een wijde braadpan en bak daarin de stukken kip in 8-10 minuten rondom bruin.
Haal de kipdelen uit de pan.
Bak in de achtergebleven olie de gemberwortel, knoflook en sjalotten 6-8 minuten.
Roer er daarna de bouillon door en breng het mengsel aan de kook.
Leg dan de kip weer in de pan en laat het gerecht circa 30 minuten zachtjes sudderen met het deksel schuin op de pan tot de kip gaar is.
Voeg eventueel iets water toe als er teveel vocht verdampt.
Roer er 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd de olijven door.
Breng op smaak met zout, peper en koriander.
Voor 4 personen