profiel_210X170
Fotografie: Anja van Wijgerden

Marlies Batelaan

Welkom

Ruim twintig jaar schrijf ik over eten en drinken; eerst tien jaar voor Tip Culinair en vervolgens tien jaar voor Libelle. Na deze plezierige jaren bij beide tijdschriften vond ik het tijd worden voor iets anders. Omdat er veel te vertellen is over goede culinaire zaken en ik volop ideeën heb is deze site ontstaan. Een plek voor lekkere recepten, eerlijke wijnen, boeken, restaurants en producten en producenten die er toe doen.
Geniet ervan!

Wat een rijkdom aan tomaten ligt er op de Franse markten, soms tel je wel tien verschillende soorten in één kraam.
Het is daarom ook niet verwonderlijk dat er bij mij heel regelmatig een tomatensalade op het menu staat, soms puur en soms gemengd met een andere groente, zoals in dit recept met sperziebonen.

voorgerechten

Tomatensalade met ansjovisdressing

INGREDIENTEN
  • circa 300 gram dunne sperzieboontjes
  • zout, peper
  • circa 600 gram tomaten (het liefst verschillende soorten)
  • 2-3 teentjes knoflook
  • 2-3 ansjovisfilets
  • 6 eetlepels olijfolie
  • 2 eetlepels witte wijnazijn
  • handvol kleine basilicumblaadjes
  • handvol kleine rucolablaadjes
  • stukje pecorino van circa 50 gram
BEREIDING

Kook de sperziebonen in ruim kokend water met zout beetgaar in 4-6 minuten, spoel ze koud en laat ze uitlekken.
Snijd de tomaten in plakken of partjes, halveer kerstomaatjes.
Meng de tomaten en de sperziebonen.
Snijd de teentjes knoflook in heel dunne plakjes en snijd de ansjovisfilets heel fijn.
Verwarm de olie en bak hierin de knoflook en ansjovisfilets enkele minuten, tot de knoflook goudgeel kleurt en de ansjovis een beetje ‘gesmolten’ is.
Neem de pan van het vuur en roer de azijn erdoor.
Breng de dressing op smaak met peper en schenk hem over de tomaten met sperziebonen.
Schep alles goed om.
Strooi de basilicum en rucola erover, schep nogmaals om en schaaf als laatste de pecorino erover.

Voor 4 personen

Op de dinsdagochtend markt in Crest, een stadje in de Franse Drôme, staat Riccio.
Ik weet niet of de man echt zo heet, maar zijn kraam draagt in elk geval die naam.
Riccio verkoopt heel goede verse pasta, in verschillende diktes en breedtes.
Ik kies altijd een lekkere dunne variant, de taglierini.
Zo’n verse pasta vraagt één, hooguit twee minuten bereidingstijd, supersnel dus.
Pasta eet ik het liefst met slechts enkele smaakmakers, ik ben niet zo van die dikke rijke sauzen.
Het volgende gerecht bevat wel een scheut room, maar blijft desondanks toch licht.
De kappertjes worden even gebakken, dat geeft een lekkere beet en een verrassende smaak; een aanrader.

hoofdgerechten

Pasta met kappertjes en basilicum

INGREDIENTEN
  • 4 eetlepels kappertjes
  • 4 eetlepels olijfolie
  • 2 fijngesneden teentjes knoflook
  • 1 eetlepel geraspte citroenschil
  • 1-2 eetlepels citroensap
  • 2 deciliter slagroom
  • zout, peper
  • 300-400 gram dunne lintpasta (taglierini)
  • handvol kleine basilicumblaadjes
  • handvol spinazie- of waterkersblaadjes
  • stukje Parmezaanse kaas à circa 50 gram
BEREIDING

Laat de kappertjes uitlekken en dep ze heel goed droog.
Verhit de olijfolie in een kleine sauspan en bak hierin de kappertjes op middelhoog vuur circa 3 minuten tot ze een beetje bruin kleuren.
Laat ze uitlekken op keukenpapier.
Schep van de olie 1 eetlepel in een koekenpan (de rest van de olie kunt u voor andere dingen gebruiken) en bak hierin de knoflook 2 minuten op zacht vuur.
Voeg de geraspte citroenschil toe evenals het citroensap en de slagroom, voeg zout en peper naar smaak toe en laat de saus circa 4 minuten inkoken tot hij iets dikker wordt.
Kook de pasta in ruim kokend water met zout volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking beetgaar.
Schep de uitgelekte pasta in een schaal en voeg de citroenroom, kappertjes, basilicum en spinazie toe.
Schep alles goed om en schaaf of rasp de kaas erover.
Serveer direct.

Voor 4 personen

Deze heerlijk frisse zomertaart komt uit het boek Gartine, waar ik dinsdag aandacht aan besteedde. De bodem wordt gemaakt van koekjes, bastognekoeken in dit geval, die is snel en gemakkelijk te maken.
Met de rijke hoeveelheid fruit die er op dit moment is, is de taart snel gevuld, werkelijk alle rijpe vruchten lenen zich hiervoor, perziken, abrikozen, nectarines, pruimen, maar ook aardbeien, rode bessen…… noem maar op.
Serveer de taart zo snel mogelijk na het vullen, want de bankatbakkersroom maakt de bodem, bij lang staan, wat zachter.

zoet

Zomertaart met banketbakkersroom en fruit

Frisse zomertaart
INGREDIENTEN
  • 200 gram bastognekoeken
  • 75 gram gesmolten roomboter
  • beetje zonnebloemolie
  • 5 deciliter volle melk
  • het merg uit 1 vanillestokje
  • 6 eidooiers
  • 150 gram suiker
  • 40 gram maïzena
  • 500-650 gram verse vruchten naar keuze
BEREIDING

Maak de bastognekoeken fijn in een keukenmachine en voeg er geleidelijk de boter aan toe.
Vet een spingvorm van 22 centimeter doorsnede in met zonnebloemolie en doe er de koekkruimels in, druk het mengsel stevig tegen de rand en op de bodem van de vorm.
Er moet een opstaande rand ontstaan.
Zet de bodem minstens 1 uur in de koelkast.
Bakketbakkersroom: breng de melk aan de kook met het vanillemerg.
Klop de eidooiers met de suiker tot een luchtig mengsel en roer er de maïzena door.
Schenk de hete vanillemelk in een dun straaltje bij de eidooiers, blijf goed roeren.
Schenk dan het mengsel terug in de schoongemaakte pan en verwarm zachtjes.
Blijf goed over de bodem roeren, tot het mengsel ‘blub’ zegt en je een dikke vla hebt.
Haal de pan dan van vuur en schenk de vla direct in een bak, leg op de vla plasticfolie om velvorming te voorkomen.
Laat de banketbakkersroom afkoelen tot kamertemperatuur en laat hem daana in de koelkast goed koud worden.
Serveren: haal de bodem uit de springvorm, zet hem op een grote schaal en vul hem met de banketbakkersroom en het zomerfruit.
Serveer direct.

Voor 8-10 personen

Bron: Gartine, Vier Seizoenen Koken van Kosmos Uitgevers (ISBN 978 90 215 5838 7).

Moestuinieren inspireert!

Gartine, Vier Seizoenen Koken

Gartine

Kirsten Eckhart en Willem-Jan Hendriks hebben al jaren in Amsterdam een klein dagrestaurantje, Gartine, gelegen in de Taksteeg tussen het Rokin en de Kalverstraat.
Gartine is geopend van woensdag tot en met zondag van 10.00 tot 18.00 uur, u kunt er terecht voor een ontbijt, een lunch of een high tea.
Het bijzondere aan dit restaurantje is dat vrijwel alle groenten en vruchten uit eigen tuin komen en dat ook de andere ingrediënten van een pure, zuivere kwaliteit zijn.

Bij hun huis in de Beemster vertroetelen Kirsten en Willem-Jan hun enorme moestuin en de rijke oogst die deze ‘Gartine’ (een oud-Nederlands woord voor moestuin) voortbrengt, brachten hen op het idee dit boek uit te brengen.
Ze vertellen hun ervaringen in de tuin en geven recepten van heerlijke gerechten, passende in het seizoen.
Ontbijtjes, salades, soepen, gerechten met vis en vlees, taarten, jams en nog veel meer. Veel van de gerechten worden ook in hun restaurant geserveerd.

Het is een heerlijk boek, waarbij als extraatje, bij de gerechten die er zich toe lenen, een wijnadvies wordt gegeven.
En, en dat is voor een culinair boek wel bijzonder, een muziektip, want muziek is een andere liefde van dit echtpaar.
Gartine, Vier Seizoenen Koken, van Kosmos Uitgevers is te koop bij de boekhandel voor €29,99 (ISBN 978 90 215 5838 7).

De dunne glasnoedels, gemaakt van mungbonenmeel, worden vaak gebruikt in Aziatische gerechten, ze horen nu eenmaal bij de Aziatische keuken.
Maar dat neemt niet weg dat je ze niet in andere keukens kunt gebruiken, deze mediterrane salade is een bewijs dat ze ook goed samengaan met smaakmakers uit het Middellandse Zeegebied.

hoofdgerechten

Noedelsalade met sperziebonen

glasnoedels
INGREDIENTEN
  • 600 gram dunne sperzieboontjes
  • zout, peper
  • 4 eetlepels olijfolie
  • 1 theelepel mosterd
  • 1-1,5 eetlepel citroensap
  • 1 eetlepel fijngesneden verse oregano
  • 2 eetlepels fijngesneden bieslook
  • 1 theelepel fijngesneden munt
  • eventueel 1 rode peper
  • 150 gram glasnoedels (van mungbonenmeel)
  • handvol ontpitte zwarte olijven
  • handvol kleine basilicumblaadjes
BEREIDING

Kook de boontjes in ruim kokend water met zout beetgaar in 4-7 minuten.
Laat ze uitlekken en tot lauwwarm afkoelen.
Roer een dressing van olijfolie, mosterd, citroensap en zout en peper naar smaak.
Voeg de oregano, bieslook en munt toe aan de dressing en eventueel de rode peper als u van pittig houdt. Verwijder wel eerst de zaadjes uit de rode peper, anders wordt het misschien te pikant.
Week de noedels 4-6 minuten in een kom met kokend water tot ze zacht zijn, of volg de gebruiksaanwijzing op de verpakking.
Laat de noedels goed uitlekken en roer de dressing door de nog warme noedels.
Laat deze smaken circa 10 minuten intrekken en schep dan de boontjes erdoor.
Voeg ook de olijven toe en strooi als laatste de basilicum erover.

Voor 4 personen

De Fransen kennen een aantal speciale gerechten die ze bij bijzondere gelegenheden, zoals dorps- of familiefeesten, serveren.
Het zijn gerechten die gemakkelijk voor een groot aantal personen te maken zijn.
Een daarvan is Rougail saucisses, oorspronkelijk afkomstig van het eiland Réunion, een overzees departement van Frankrijk.
De bekende saucisses, verse worstjes, stoven in een saus van ui en tomaat, ideaal om voor een groter gezelschap te bereiden.
Saucisses zijn in Frankrijk overal te koop, in dunne en dikke versies, de iets dikkere variant (saucijsjesdikte) is hiervoor het meest geschikt.
In Nederland zou je er saucijsjes voor kunnen gebruiken.
Soms ook worden er enkele gerookte worstjes, zoals saucisses de Montbéliard, toegevoegd, maar in dit recept heb ik dat niet gedaan.
Als je Rougail saucisses helemaal volgens het officiële recept wilt maken, moet je de worstjes eerst zo’n 20 tot 30 minuten wellen in water net tegen de kook aan.
Daarna snijd je ze in stukken en bak je ze in olijfolie.
Maar ik vind het lekkerder als je de worstjes rauw bakt, dat geeft naar mijn gevoel meer smaak aan het gerecht.
De geelwortel kan eventueel worden weggelaten, alhoewel het de saus een prachtige kleur geeft.

hoofdgerechten

Rougail saucisses

INGREDIENTEN
  • circa 800 gram verse rijpe tomaten
  • eventueel 1 rode peper
  • circa 1 kilo saucisses (de iets dikkere)
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 3 grote uien
  • 2-3 teentjes knoflook
  • 2 theelepels geraspte gemberwortel
  • eventueel 1-2 theelepels geraspte verse geelwortel
    of 1-2 theelepels gemalen geelwortelpoeder
  • zout, peper
BEREIDING

Ontvel de tomaten en snijd ze in stukjes.
Snijd de rode peper fijn als u die gebruikt, het geeft het gerecht een lekkere pittigheid
Snijd de saucijsjes in stukjes van 2,5-3 centimeter.
Verhit de olijfolie in een grote braadpan en bak hierin, onder regelmatig omscheppen, de stukjes worst goudbruin.
Snijd intussen de uien in dunne halve ringen en snijd de knoflook fijn.
Voeg de uien toe als de worst bruin is.
Schep alles goed om en laat de uien goudgeel kleuren.
Voeg dan de knoflook, gemberwortel en eventueel de rode peper toe, bak dit enkele minuten mee.
Roer er dan de geelwortel door, verwarm nog even en voeg tenslotte de tomaten toe.
Laat het gerecht op zacht vuur circa 45 minuten zachtjes pruttelen met het deksel op de pan, laat een kiertje vrij, zodat het vocht voor het grootste deel kan verdampen.
Breng de rougail op smaak met zout en peper en serveer het met rijst.
Een schepje ananas- of mangosalsa (zie recepten) smaakt er erg lekker bij.

Voor circa 8 personen