profiel_210X170
Fotografie: Anja van Wijgerden

Marlies Batelaan

Welkom

Ruim twintig jaar schrijf ik over eten en drinken; eerst tien jaar voor Tip Culinair en vervolgens tien jaar voor Libelle. Na deze plezierige jaren bij beide tijdschriften vond ik het tijd worden voor iets anders. Omdat er veel te vertellen is over goede culinaire zaken en ik volop ideeën heb is deze site ontstaan. Een plek voor lekkere recepten, eerlijke wijnen, boeken, restaurants en producten en producenten die er toe doen.
Geniet ervan!

Al eerder gaf ik een linzensoep met die kleine groene le Puylinzen.
Vandaag gebruik ik rode linzen, of oranje, want de linzen zijn misschien meer oranje van kleur dan rood.
Deze rode linzen vallen tijdens het koken uiteen, daardoor ontstaat er een lekkere gebonden soep, die u als compleet gerecht kunt serveren.
Het snufje garam masala of kerriepoeder past goed bij deze linzen, samen met de koriander geeft het de soep een oosters tintje.
Als u ervan houdt kunt u enkele gefrituurde uiringen in de soep leggen, een heerlijke toevoeging, maar zonder uiringen is de soep ook al erg lekker.

hoofdgerechten

Soep van rode linzen

INGREDIENTEN
  • 1 middelgrote ui
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 wortel
  • 1 rode peper
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 0,5-1 theelepel garam masala of kerriepoeder
  • 1,25-1,5 liter groentebouillon
  • 300 gram rode linzen
  • zout, peper
  • 3-4 eetlepels fijngesneden koriander
  • 1 grote ui
  • enkele eetlepels gezeefde rijstebloem
  • arachideolie om te frituren
BEREIDING

Snijd de ui, knoflook, wortel en rode peper fijn en bak de groenten 6-8 minuten op zacht vuur in de hete olijfolie.
Voeg de garam masala of kerriepoeder toe en bak dit 2 minuten mee op zacht vuur.
Voeg de bouillon en linzen toe en kook de soep 20-25 minuten tot de linzen gaar zijn en uit elkaar vallen.
Breng de soep op smaak met zout en peper en koriander.

Uiringen:
snijd de ui in dunne ringen en blancheer (tegen de kook aan) deze 2 minuten in ruim kokend water met zout.
Laat de uiringen heel goed uitlekken en dep ze droog met een doek.
Doe de rijstebloem in een kommetje en haal de uiringen door de bloem, klop het teveel aan rijstebloem eraf.
Frituur de uiringen goudgeel in hete arachideolie op 170°C.
Leg ze aan tafel in de soep.

Voor 4 personen

Waterzooi is een Belgisch gerecht, oorspronkelijk uit Gent, dat wordt gemaakt met kip, maar even zo vaak met vis.
Het houdt het midden tussen een soep en een gerecht met veel saus.
Het geurige boeket van prei, wortel en selderij mag niet ontbreken in een goede waterzooi.   
Deze versie met zalm at ik eens in Noord-Frankrijk bij een van origine Belgische kok.

hoofdgerechten

Waterzooi met zalm

INGREDIENTEN
  • 100 gram prei, alleen het witte deel
  •  150 gram worteltjes
  •  150 gram selderijknol
  •  4 takjes dragon
  •  6 deciliter kippenbouillon
  •  1 takje tijm
  •  1 teentje knoflook
  •  4 stukken zalmfilet à circa 125 gram
  •  zout, peper
  •  1,5-2 deciliter crème fraîche
BEREIDING

Snijd de schoongemaakte groenten in dunne reepjes (staafjes).
Haal de blaadjes van 3 takjes dragon en snijd ze fijn.
Breng de bouillon aan de kook met 1 takje dragon, de tijm en knoflook en kook hierin de reepjes groenten circa 8 minuten.
Schep ze met een schuimspaan uit de pan.
Laat de bouillon inkoken tot er circa 4 deciliter over is.
Bestrooi de stukken zalm met zout en peper en stoom ze in 3-4 minuten gaar boven kokend water, de tijd is afhankelijk van de dikte van de visfilets.
De zalm moet niet te gaar worden, van binnen mag de vis nog een beetje ‘glazig’ zijn.
Verdeel de stukken zalm over 4 verwarmde diepe borden.
Zeef de bouillon en roer de crème fraîche erdoor.
Verwarm alles goed en voeg dan de groenten toe en de fijngesneden dragon. Verwarm nog 1 minuut en schenk de ‘soep’ over de zalm.
Deze waterzooi kan worden geserveerd met gekookte kleine aardappelen.

Voor 4 personen

Als het echte najaar komt, gaat het kriebelen en sla ik aan het bakken, vooral cakes want daar ben ik dol op.
Dit is een heerlijke cake met banaan en een snufje kaneel, maar er mag ook nog een schepje maanzaad door als u dat lekker vindt.
Bak hem niet te lang, het is zo lekker als de cake nog een beetje smeuïg is.

zoet

Bananencake

INGREDIENTEN
  • 3 grote eieren
  • 150 gram zachte roomboter
  • 120 gram witte basterdsuiker
  • 150 gram zelfrijzend bakmeel, gezeefd
  • 1 theelepel bakpoeder
  • 1 kleine theelepel gemalen kaneel
  • snufje zout
  • 2 grote, rijpe bananen
  • 2 eetlepels citroensap
  • eventueel 1 eetlepel maanzaad
BEREIDING

Splitst de eieren, leg de dooiers in een kommetje en de eiwitten in een grote vetvrije kom.
Klop de boter met de suiker tot een luchtig, romig mengsel, dit kan met een garde, maar een handmixer is ook ideaal.
Klop de eidooiers er door en spatel dan het bakmeel, bakpoeder en kaneel erdoor.
Klop de eiwitten stijf met een snufje zout.
Pel de bananen, snijd ze in stukjes en meng ze direct met het citroensap.
Schep de bananen door het beslag en eventueel ook het maanzaad, spatel vervolgens de stijfgeklopte eiwitten er voorzichtig door.
Vul een ingevette cakevorm met het cakebeslag en bak de cake op een rooster in 50-60 minuten goudgeel en gaar in het midden van een voorverwarmde oven op 175°C.
Controleer de gaarheid met een metalen spies, als deze er schoon uitkomt is de cake gaar.
Laat de cake circa 10 minuten afkoelen, verwijder dan de vorm en laat de cake op een rooster verder afkoelen.   

Voor circa 15 plakken

Ontdek een van de meest bijzondere, maar onbekende streekkeukens van Italië!

en-ook-nog

Polpo

Cover_polpo.indd

Toen ik dit boek in handen kreeg werd ik direct gegrepen door de heerlijke, eenvoudige gerechten, ik wilde meteen aan de slag!
 
Russell Norman is de maker, hij is eigenaar van het Venetiaanse restaurant Polpo in de Londense wijk Soho.
Russell maakte eind jaren tachtig kennis met Venetië en was meteen verliefd op de stad en vooral op de heerlijke authentieke gerechtjes die werden geserveerd in bars (bàcari) gelegen in de niet toeristische achterafstraatjes.
Hier ontstond het idee voor ‘Polpo’, dat in september 2009 zijn deuren opende en waar deze verrukkelijke Venetiaanse gerechtjes worden geserveerd.

En nu is er dit leuke boek, een uitnodiging om thuis aan de slag te gaan en je even in een bàcari in de achterafstraatjes van Venetië te wanen.
Crostini en bruschette, panino en pizzetta (kleine pizza’s), vis en vlees, focaccia en grissini, polenta en groenten, desserts en drankjes…. het staat er allemaal in en alles is heel uitnodigend gefotografeerd.  
Bovendien geeft Russell ook nog enkele van zijn favoriete Venetiaanse adressen prijs.    
Ik kan het boek van harte aanbevelen.

Polpo is te koop bij de boekhandel voor € 29,95 (Karakter Uitgevers, ISBN 978 90 452 066 2 2).

Leuk en vooral heel lekker voor het weekend deze krokante zoutjes.
Ik maak ze het liefst met feuilles de brick (brickdeeg) en dat deeg koop ik bij de horeca groothandel.
In Frankrijk is het bij elke supermarkt te koop, maar in Nederland zijn we nog niet zo ver.
Ik heb het wel gezien bij Marokkaanse winkels en als het daar niet lukt, is filodeeg een goed alternatief, de degen lijken op elkaar en zijn flinterdun.
Je kunt de deegvellen vullen en er pakketjes van maken, maar deze zoutjes maak je zonder vulling, alleen met enkele smaakmakers als komijn- en sesamzaadjes en geraspte kaas.
Feuiles de brick zijn grote ronde vellen, die vouw ik dubbel voordat ze de oven ingaan en met filodeeg gebeurt hetzelfde, alleen zijn deze vellen rechthoekig.
Zo ontstaan grote rustieke halve maanvormige of rechthoekige krokante ‘zoutjes’ waarvan je stukjes afbreekt…. heerlijk.
Het is zaak om snel te werken met deze dunne deegvellen omdat ze vlug uitdrogen, gebruik daarom vel voor vel en dek de vellen die nog niet worden gebruikt af met een vochtige doek of met plasticfolie.
De gebakken zoutjes kunnen in een goed afgesloten trommel een tot twee dagen worden bewaard.

hartig

Krokante zoutjes

INGREDIENTEN
  • feuilles de brick (brickdeegvellen)
    of filodeegvellen
  • gesmolten roomboter
    of olijfolie
  • zout
  • komijnzaadjes
  • sesamzaadjes
  • geraspte (Parmezaanse) kaas
BEREIDING

Leg de vellen deeg één voor één op het werkvlak en bestrijk ze heel dun met gesmolten boter of olie.
Bestrooi ze met een snufje zout en met één of meerdere smaakmakers, kies wat u lekker vindt.
Bestrooi ze niet te royaal, er moet geen laag vulling op het deeg liggen, heel licht bestrooien is voldoende.
Als u kaas gebruikt, pas dan op met zout, want kaas bevat ook zout.
Vouw de vellen deeg dubbel en druk beide kanten licht op elkaar.
Bak de grote 'zoutjes' (in gedeelten) 6-10 minuten op een met bakpapier beklede bakplaat in het midden van een voorverwarmde oven op 180°C.
Houd ze goed in de gaten, ze worden snel te donker.
Laat ze op een rooster afkoelen.

Paul Bocuse, de bekende Franse chef, is inmiddels 87 jaar.
Hoewel hij niet meer kookt, komt hij toch elke dag even in zijn restaurant in Collonges-au-Mont-d’Or, vlakbij Lyon.
Er waren tijden dat elke kok wilde koken zoals monsieur Paul, maar die liggen alweer ver achter ons. Inmiddels wordt er veel lichter en eigentijdser gekookt dan tijdens de hoogtijdagen van deze klassieke Franse kok.
Paul Bocuse is heel belangrijk geweest voor de Franse gastronomie, maar ook voor de gastronomie in het algemeen. Hij schreef een groot aantal kookboeken, waaronder ook enkele met gemakkelijke, goed maakbare gerechten voor thuis.
Een van zijn ‘thuisgerechten’ is deze gegratineerde macaroni, waarvan de oude meester zelf zegt: ‘je moet niet bang zijn voor room en boter’.
En dat is waar, dit gerecht is zeer rijk, ik maak het zo nu en dan als bijgerecht bij geroosterd vlees of gepocheerde vis, want als compleet pastagerecht vind ik het veel te zwaar.
Natuurlijk kan het gerecht minder rijk gemaakt worden, maar dat gaat dan wel ten koste van de smaak.
Monsieur Paul gebruikt voor deze gratin dikke rechte macaroni, type 44, sommige Italiaanse delicatessenwinkels verkopen dit.
Als u het niet kunt vinden, is dunne penne een goed alternatief.
Om in de sfeer te blijven, citeer ik Paul letterlijk bij de beschrijving van het recept.

bijgerechten

Macaroni, gegratineerd, à la Paul Bocuse

INGREDIENTEN
  • 500 gram dikke rechte macaroni (type 44)
    of dunne penne
  • zout, vers gemalen peper
  • 1,5 liter melk
  • nootmuskaat
  • 120 gram roomboter
  • 90 gram bloem
  • 6 deciliter dikke crème fraîche
  • 150 gram Gruyère (kaas)
BEREIDING

Paul: "Eerst verwarm ik de oven voor op 180°C en vervolgens kook ik de pasta in ruim kokend water met zout circa 9 minuten.
Zeker niet langer, want de pasta gaart nog verder in de oven.
Ik schenk de melk in een grote pan, ik voeg 3 snufjes zout toe en rasp er een klein beetje nootmuskaat in, dat is een lekkere smaakmaker voor de bechamelsaus.
Dan voeg ik royaal peper toe, daar houd ik van, natuurlijk altijd uit de molen en minstens 8-10 draaien.
Ik breng de melk aan de kook en houd hem goed in de gaten.
Als de macaroni 9 minuten heeft gekookt, laat ik hem uitlekken en voeg hem toe aan de hete melk, waarin ik de pasta vervolgens nog 2 minuten laat koken.
Daarna giet ik de pasta door een zeef en vang de melk op, de pasta zet ik apart.
In een grote pan met dikke bodem smelt ik de boter, daaraan voeg ik de bloem in één keer toe en roer goed met een garde.
Dan schenk ik in één keer de nog hete melk erbij en ik blijf goed roeren tot het kookt, dit is het principe van een bechamelsaus.
Ik voeg wat zout toe en een flinke dosis dikke crème fraîche.
Nu is het moment gekomen om de pasta door de saus te roeren en daarna schep ik alles in een grote ovenschaal.
Nu snijd ik 50 gram kaas in blokjes, deze stop ik zo hier en daar in de schaal.
De rest van de kaas, 100 gram, rasp ik en strooi ik over het gerecht.
Vervolgens bak ik het gerecht ongeveer 30 minuten in de oven tot het resultaat romig is en naar wens gegratineerd".

Voor 8-10 personen