Zaterdag lagen er op de biologische markt nog verse witte bonen, twee soorten zelfs.
De Cocos de Paimpol, die officieel uit Bretagne komen en Borlottibonen, die hun oorsprong kennen in Italië, maar tegenwoordig in meer landen geteeld worden.
Zelfs in Nederland.
De Borlottiboon lijkt erg op de kievitsboon, maar het is niet dezelfde boon.
Het voordeel van verse bonen is dat ze sneller gaar zijn dan de gedroogde versies.
Ik maak er graag een lauwwarme salade van met olijfolie en lekker veel peterselie.
De periode voor deze verse peulvruchten loopt af, als u nu geen verse bonen meer kunt vinden, kunt u dit gerecht ook met gedroogde bonen maken.
Week deze dan wel eerst een nacht in ruim koud water en kook de uitgelekte bonen de volgende dag gaar in vers water, volgens recept.
De kooktijd van gedroogde bonen is wel 1-1,5 uur, proef ze regelmatig.
voorgerechten
Witte bonensalade, lauwwarme
- 800 gram tot 1 kilo verse witte bonen of borlottibonen (in de dop)
- 3 laurierblaadjes
- 4 takjes tijm of bonenkruid
- zout, peper
- 4 eetlepels olijfolie
- 4 eetlepels fijngesneden platte peterselie
- 2 eetlepels fijngesneden bieslook
Dop de bonen en zet ze op met koud water en de laurierblaadjes, tijm en wat peper.
Het water moet circa 1 duimkootje boven de bonen staan.
Laat de bonen op zacht vuur 35-50 minuten koken, dek de pan op een kiertje na af met een deksel.
Voeg, als ze bijna gaar zijn, wat zout toe.
Giet de bonen af en verwijder laurier en tijm.
Roer nu de olijfolie door de bonen en breng ze eventueel nog op smaak met zout en peper.
Laat de bonen tot lauwwarm of kamertemperatuur afkoelen en bestrooi ze voor serveren met peterselie en bieslook.
Voor 4-6 personen