Alle artikelen met het onderwerp:

sjalot

Niet iedereen zal een fan zijn van dit voorgerechtje, maar liefhebbers van bloedworst, en tot die groep behoor ik, zullen smullen.
Die zachte Franse bloedworst is in dit gerecht het lekkerst en deze kun je ook goed prakken.
Maar niet getreurd als deze onvindbaar is, met de Hollandse bloedworst van een goede slager lukt het ook, in dat geval moet de worst in kleine blokjes worden gesneden.
Serveer er een kleine salade bij of een appelcompote.
Het is misschien een idee om bloedworsthaters ook krokante rolletjes te serveren, maar dan gevuld met feta of geitenkaas (zie recepten op deze site: filodeegpakketjes met feta of geitenkaaspakketjes).

voorgerechten

Bloedworst in filodeeg

INGREDIENTEN
  • 2 sjalotjes
  • 60 gram roomboter
  • 400-500 gram bloedworst
  • 1 goudreinet
  • zout, peper
  • 8 repen filodeeg van circa 12 x 12 centimeter
BEREIDING

Snijd de sjalotjes fijn en bak ze circa 5 minuten in 25 gram boter op zacht vuur.
Verwijder het vel van de bloedworst en prak de worst grof. Snijd stevige bloedworst in kleine blokjes. Schil de appel en snijd deze in kleine blokjes.
Voeg de worst toe aan de sjalotjes en bak het mengsel al omscheppend 3 minuten, roer ook de appel erdoor en bak nog 2-3 minuten.
Breng op smaak met zout en peper en laat het enkele minuten afkoelen.
Smelt de rest van de boter (35 gram) en bestrijk hiermee de repen deeg heel dun.
Verdeel het bloedworstmengsel over de onderkant van de repen deeg, maak als het ware kleine worstjes van de vulling van circa 7 centimeter lang.
Vouw de zijkanten van het deeg naar binnen en rol het deeg rond de vulling tot kleine ‘sigaartjes’. Bestrijk de rolletjes met de rest van de boter en bak ze in 14-22 minuten krokant en goudgeel op een met bakpapier beklede bakplaat in een voorverwarmde oven op 180°C.
Serveer ze met een toefje salade of met appelcompote, hiervan krijgt u morgen het recept.

Voor 4 personen

Deze kruidige saus is heerlijk bij gerechten die weinig of geen saus leveren, omdat u ze bakt of roostert, zoals bijvoorbeeld een geroosterde kip of een rollade en rosbief.
De fond die wordt gebruikt kunt u zelf maken, dat is natuurlijk het lekkerst, maar er zijn ook slagers en poeliers die goede fonds verkopen. 
En, als het bij deze adressen niet lukt, kunt u een pot gebruiken.
Een sterke bouillon werkt ook goed, maar deze mag niet te zout zijn.
U kunt kalfs-, gevogelte- of wildfond gebruiken, afhankelijk van het vlees waarbij de saus wordt geserveerd.
En de braadsappen (niet te vet) die zijn vrijgekomen bij de bereiding van het vlees moet u natuurlijk ook toevoegen, dat geeft extra veel smaak.

bijgerechten

Tijmsaus

INGREDIENTEN
  • 2 sjalotjes
  • 50 gram koude roomboter
  • 4 takjes tijm
  • 2 eetlepels cognac
  • 4 deciliter fond (kalfs-, gevogelte- of wildfond)
    of wild- of vleesbouillon
  • zout, versgemalen peper
BEREIDING

Snijd de sjalotjes fijn en bak ze circa 6 minuten in 25 gram verwarmde boter.
Voeg de tijm toe en de cognac en laat de alcohol verdampen.
Schenk dan de fond erbij (en eventueel de braadsappen) en laat de saus op zacht vuur tot de helft inkoken.
Roer er nu 25 gram koude boter in klontjes door, verwarm de saus, maar laat hem niet meer koken.
Door de koude boter zal de saus iets gaan binden en een mooie glans krijgen.
Breng hem op smaak met zout en peper.
Zeef de saus eventueel als u hem helemaal glad wilt hebben, maar de sjalotjes kunnen er ook in blijven.

Voor 4-6 personen

Rijk aan calorieën, maar o zo lekker…. en als je er een of twee lepeltjes van neemt en niet elke dag, kan het geen kwaad.
Vis met een goede beurre blanc is een traktatie.
Maar ook bij sommige groenten kun je beurre blanc serveren, zoals bij asperges of bij gestoofde preitjes of venkel.  
De saus is niet moeilijk, wel moet je met aan paar dingen rekening houden.
De smaakmakers, sjalot, witte wijn en azijn, moeten samen rustig inkoken tot er slechts 2 eetlepels over blijven.
Samen met de slagroom kookt het mengsel nogmaals in, nu tot de helft.
Vervolgens wordt de boter, klontje voor klontje, toegevoegd en dan is het zaak om de temperatuur heel goed in de gaten te houden, de saus mag niet koken, maar moet tegen de kook aangehouden worden, 85°C is een goede temperatuur.
De saus kan au bain-marie een minuut of vijftien warm gehouden worden.
In een goede thermoskan blijft hij ongeveer een uur op temperatuur.

bijgerechten

Beurre blanc

INGREDIENTEN
  • 40 gram sjalotjes
  • 0,5 deciliter witte wijn
  • 0,5 deciliter witte wijnazijn
  • zout, versgemalen witte peper
  • 3 eetlepels slagroom
  • 200 gram koude roomboter, in blokjes
  • citroensap
BEREIDING

Snijd de sjalotjes heel fijn en doe ze samen met de wijn, azijn en een snufje peper in een steelpan met dikke bodem.
Laat dit mengsel op heel zacht vuur inkoken tot er 2 eetlepels over zijn.
Schenk de slagroom erbij en kook het mengsel nogmaals in op heel zacht vuur, nu tot de helft.
Voeg nu de boter blokje voor blokje toe, nog steeds op heel laag vuur en klop met een garde onafgebroken tot de saus mooi gaat binden.
Let daarbij op de temperatuur, de saus mag absoluut niet koken.
Breng de saus, als alle boter is opgenomen, op smaak met zout, peper en eventueel een beetje citroensap.
Serveer hem direct of houd hem, au bain-marie (in een kom boven een pan heet water), maximaal 15 minuten warm.
Of schenk hem in een thermoskan, zo blijft hij circa 1 uur warm.

Voor 6-8 personen

Cervelle de Canut, letterlijk vertaalt ‘de hersenen van de zijdewevers’, is een typisch recept uit de Lyonese keuken.
Daar bloeide in de achttiende en begin negentiende eeuw een rijke zijde-industrie.
Waarom het recept zo heet? Daarover bestaande meerdere verhalen.
De een vertelt dat dit recept vanwege zijn eenvoud werd genoemd naar de ‘simpele’ zijdewevers, de rijke bevolking van Lyon keek neer op de eenvoudige arbeiders.
Een andere versie legt de link met het doekje dat in de vorm, waarin de kaas uitlekte, werd gelegd.
En er zullen ongetwijfeld nog andere versies de ronde doen.
Maar de meest waarschijnlijke verklaring is deze; de rijken van Lyon aten in die periode vaak lamshersenen een lekkernij die de arme arbeiders zich niet konden veroorloven.
Omdat cervelle de canut qua uiterlijk op lamshersenen lijkt, aten ze dit gerecht als ‘goedkope’ vervanging.
Het allerbelangrijkste is dat dit een heerlijke spread is die op toast en (geroosterd) stokbrood of pain de campagne kan worden geserveerd als hapje of klein voorgerecht bijvoorbeeld.
Het wordt gemaakt met fromage blanc en faiselle, dat is die verse kaas van een à twee dagen oud die nog uitlekt in een vorm met gaatjes.
In Frankrijk ligt deze kaas bij elke kaasboer, maar in Nederland is het misschien een probleem om dit te vinden.
In dat geval kunt u ook verse roomkaas gebruiken en deze verdunnen met een beetje crème fraîche.
Of, en ik vind dat extra lekker, een heel verse geitenkaas gebruiken en ook deze met een beetje crème fraîche verdunnen.
Een andere mogelijkheid is om volle kwark of een volle Griekse yoghurt enkele uren te laten uitlekken in een zeef met daarin een doek.
Het resultaat wordt dan iets anders, iets dunner en zuurder, zodat u geen crème fraîche meer hoeft toe te voegen.

hartig

Cervelle de Canut

INGREDIENTEN
  • 300 gram fromage blanc en faiselle
    of verse roomkaas
  • 1 sjalotje
  • 1 teentje knoflook
  • 2 eetlepels fijngesneden platte peterselie
  • 2 eetlepels fijngesneden bieslook
  • 2 eetlepels fijngesneden dragon (of een mengsel van dragon en kervel)
  • 1-2 eetlepels crème fraîche
  • 2 theelepels notenolie
  • zout, peper
BEREIDING

Laat de verse kaas goed uitlekken.
Snijd het sjalotje heel fijn en pers de knoflook.
Prak de kaas fijn met een vork en werk tevens met de vork de sjalot, knoflook en kruiden erdoor.
Voeg zoveel crème fraîche toe tot er een goed smeerbaar mengsel ontstaat en breng deze op smaak met notenolie en wat zout en peper.
Serveer de cervelle de canut op (geroosterd) brood of toast.

Het mooie weekend nodigde uit tot het roosteren van lekkere sateetjes.
Deze keer van varkensvlees en omdat er iemand aan tafel zat die niet van pindasaus houdt, maakte ik er een ketjapsaus bij, dat was een groot succes.
De saté van varkensvlees maak je op dezelfde manier als kipsaté, met dezelfde marinade.
Dat recept gaf ik al eens en daarbij vindt u ook het recept voor pindasaus.
Ik heb gekozen voor ketjap manis, de zoete, én ketjap asin, de zoutere.
Vaak wordt in ketjapsaus alleen de zoete variant gebruikt, maar ik vind het lekkerder samen met ketjap asin.
Maar prefereert u een zoetere saus, gebruik dan alleen ketjap manis.

bijgerechten

Ketjapsaus

INGREDIENTEN
  • 3 sjalotjes
  • 1 flinke teen knoflook
  • 1-2 rode pepers of
    1-3 theelepels sambal oelek
  • 2 eetlepels zonnebloemolie
  • 1-2 theelepels geraspte gemberwortel
  • 6 eetlepels ketjap manis
  • 4 eetlepels ketjap asin
  • 2-4 theelepels citroensap
  • zout
BEREIDING

Snijd de gepelde sjalotjes heel fijn, snijd ook de gepelde knoflook heel fijn en doe hetzelfde met de rode pepers.
Verwijder eventueel een deel van de rode peperzaadjes als u de saus iets milder wilt.
Verhit de olie en bak hierin de sjalotjes, knoflook en rode peper 4-5 minuten.
Voeg de gemberwortel toe, schep alles even om en schep het mengsel daarna in een kom.
Voeg beide ketjaps toe en breng de saus op smaak met citroensap en zout.
Serveer hem op kamertemperatuur. 

Voor 1,5-2 deciliter

Kleine hartige taartjes met sjalot zijn heerlijk voor een makkelijke zaterdag bijvoorbeeld.
De vormpjes met deeg vullen en het bakken van de sjalotjes kan al van tevoren gebeuren, vlak voordat de taartjes de oven in gaan moet dan alleen nog het eimengsel gemaakt worden, daarna doet de oven de rest.
Zoek naar middelgrote sjalotjes, die passen precies in de vormpjes.
Eventueel kunt u ze vervangen door kleine rode uien, 2-3 stuks is dan voldoende.
U behandelt ze precies zoals de sjalotjes.
Misschien is de ei-roomvulling wat aan de royale kant, dat is afhankelijk van de vormpjes, maar in dat geval kunt u er een extra taartje bij maken met een extra plakje deeg.
Mocht de vulling nog niet gestold zijn, maar de deegranden al wel goudgeel?
Dek de deegranden dan af met aluminiumfolie en bak de taartjes nog iets langer.

hoofdgerechten

Hartige taartjes met sjalot en gorgonzola

INGREDIENTEN
  • 4 plakjes diepvriesbladerdeeg, ontdooid
  • 4 sjalotjes of
    2-3 kleine rode uien 
  • 1 eetlepel olijfolie
  • 1 theelepel fijngesneden oregano
  • 75-100 gram gorgonzola
  • 2 eieren
  • 1 eidooier
  • 4 eetlepels volle melk
  • 4 eetlepels slagroom
  • zout, peper
BEREIDING

Rol elk plakje deeg iets uit en leg ze in met water omgespoelde lage taartvormpjes van 7-8  centimeter doorsnede.
Druk het deeg goed tegen de rand van de vormpjes en snijd het overhangende deeg eraf.
Prik de deegbodems regelmatig in met een vork en zet de vormpjes tot  gebruik in de koelkast.
Pel de sjalotjes en snijd ze van boven naar beneden in dunne plakjes.
Bak de plakjes sjalot circa 10 minuten in de hete olijfolie, keer ze halverwege en voeg dan de oregano toe.
Laat de plakjes sjalot iets afkoelen en verdeel ze daarna over de deegbodems.
Verkruimel de gorgonzola en verdeel ook deze over de deegbodems.
Klop de eieren los met de eidooier, melk en slagroom en breng dit op smaak met zout en peper.
Schenk dit mengsel in de vormpjes, vul ze niet helemaal tot de rand, want de ei-roomvulling zal gaan rijzen.
Bak de taartjes 35-45 minuten in het midden van een voorverwarmde oven op 200°C tot het eimengsel gestold is en het deeg goudgeel.
Serveer ze direct uit de oven met bijvoorbeeld een frisse salade. 

Voor 4 stuks