Alle artikelen met het onderwerp:

dessert

Vandaag maak ik een oranje toetje, als voorbereiding op morgen…. de troonswisseling.
Zo’n oranje granita kun je van alle oranje vruchten maken, sinaasappelen liggen voor de hand, omdat het nog niet het seizoen is voor ander fruit zoals perziken, abrikozen, nectarines en meloenen. Mango kan ook, maar die is soms aan de gele kant.
Als u dit granitamengsel in een ijsmachine tot ijs draait, wordt het een lekkere sorbet.

zoet

Sinaasappelgranita

INGREDIENTEN
  • 250 gram kristalsuiker
  • circa 1,2 kilo goede handsinaasappelen
  • het sap van 1 citroen
  • eventueel sinaasappellikeur of oranjebitter
BEREIDING

Breng 2 deciliter water met de suiker aan de kook en laat het mengsel zachtjes koken tot de suiker is opgelost. Laat de siroop afkoelen.
Schil de sinaasappelen dik, zodat ook het witte deel van de schil wordt verwijderd.
Er moet nu ongeveer 1 kilo sinaasappelen overblijven, snijd deze in stukken en verwijder de pitten.
Pureer de sinaasappelen in een keukenmachine en voeg de suikersiroop en het citroensap toe.
Doe dit mengsel over in een diepvriesdoos en laat het in de koelkast in 4-6 uur bevriezen. Roer het ijs tussentijds en aan het einde goed los met een vork, zodat er mooie kristallen ontstaan.
Serveer de granita in glazen, eventueel met een scheutje likeur of oranjebitter.

Voor 6-8 personen

Broodpudding… in Engeland en Ierland is het een favoriet nagerecht en het is een goede manier om overgebleven brood op te maken.
Het toont misschien een beetje winters, maar de verse rabarber geeft er een lente-tintje aan.
Kies dunne rabarberstelen, als ze dun en licht rood zijn, hoeven ze niet geschild te worden.
De dikkere, wat stuggere stelen kunt u het beste wel even dun schillen.
In de wintermaanden is deze pudding heerlijk met appels of peren.
Dit gerecht wordt gemaakt met witbrood, maar heeft u toevallig croissant over of briochebrood, dan is dat extra lekker.
En… na de kerst kunt u de overgebleven panettone gebruiken.

zoet

Broodpudding met rabarber

INGREDIENTEN
  • circa 1 kilo verse rabarber
  • 225-275 gram fijne tafelsuiker
  • 14 plakjes witbrood, zonder korst
  • 75 gram roomboter
  • 4 deciliter slagroom
  • 3,5 deciliter melk
  • 5 grote eieren
  • het merg uit 1 vanillestokje
BEREIDING

Schil de rabarber eventueel en snijd de stelen in stukjes.
Strooi er 150-200 gram suiker over en laat dit 1 uur intrekken.
Bestrijk de plakjes brood met boter en leg 6 plakjes met de beboterde kant naar onderen in een ovenschaal.
Verdeel de rabarber erover en dek dit af met 8 in vieren gesneden plakjes brood met de beboterde kant naar onderen.
Leg de stukjes brood speels en dakpansgewijs op de rabarber, de rabarber moet helemaal bedekt zijn.
Klop de slagroom, melk, eieren, vanillemerg en 75 gram suiker door elkaar en schenk dit mengsel in de ovenschaal.
Zet de schaal minstens 1 uur (1 nacht mag ook) in de koelkast en bak de broodpudding daarna circa 1 uur ‘au bain-marie’ in een voorverwarmde oven op 180°C.
Zet de ovenschaal daarvoor in een grote braadslede en vul de braadslede tot halverwege de ovenschaal met kokend water.
Serveer de pudding eventueel met wat lobbig geklopte slagroom.

Voor circa 8 personen

Nog geen idee wat u als toetje wilt serveren?
Voor deze last minute vanillesouffleetjes heeft u de ingrediënten misschien wel in huis.
En anders kan de vanille worden vervangen door een snufje gemalen kaneel.
Ik gebruik kleine éénpersoons potjes, maar u kunt ook een grote soufflé maken, verleng de oventijd dan met circa 5 minuten.
Een souffle maken is niet moeilijk als u de volgende regels in acht neemt:
* Garde en kom moeten helemaal vetvrij zijn, wrijf ze bijvoorbeeld in met citroensap, dat werkt ontvettend.
* Kies vormpjes met recht opstaande wanden, deze geleiden de soufflé mooi omhoog.
Bestrijk ze royaal met zachte boter en bestrooi ze met suiker. Draai de vormpjes rond zodat de suiker goed wordt verdeeld.
* Splits eidooier en eiwit voorzichtig, komt er dooier in het eiwit, dan krijgt u het beslist niet stijfgeklopt.
* Klop de eiwitten eerst heel luchtig, voeg dan in gedeelten de suiker toe en blijf doorkloppen tot ze stijf zijn.
* Spatel de eiwitten héél voorzichtig door het soufflémengsel, niet roeren, want dan verliest het eiwit een deel van het rijsvermogen!
* Staat de soufflé in de oven? Laat de ovendeur dan de eerste 20 minuten dicht om inzakken te voorkomen.
* Serveer de soufflé direct uit de oven, voordat hij gaat inzakken!

zoet

Souffleetjes met vanille

INGREDIENTEN
  • 110 gram fijne tafelsuiker
  • 40 gram boter
  • 40 gram bloem
  • het merg uit 1 vanillestokje
  • 3,5 deciliter volle melk
  • 4 grote eieren, dooier en eiwit gesplitst
  • zout
  • 1 theelepel geraspte citroenschil
  • poedersuiker
BEREIDING

Bestrooi 6 ingevette soufflévormpjes van 1,5-2 deciliter inhoud met 25 gram fijne tafelsuiker. Bedek ook de randen goed en schud de suiker daarna zoveel mogelijk uit de vormpjes.
Smelt de boter, voeg de bloem in één keer toe en laat deze 3 minuten zachtjes ‘garen’.
Voeg 40 gram fijne tafelsuiker, het vanillemerg en de melk in gedeelten toe en roer tot er een gladde saus ontstaat.
Laat deze enkele minuten afkoelen en roer er dan de eidooi­ers één voor één door.
Klop de eiwitten stijf met een snufje zout en voeg 45 gram fijne tafelsuiker in gedeelten toe.
Spatel de eiwitten en citroenrasp voorzichtig door het dooiermengsel.
Schep het meng­sel in de vormpjes (vul ze tot drie-vierde) en bak de souffleetjes 25-35 minuten in het midden van een voorverwarmde oven op 180°C.
Bestuif ze uit de oven eventueel dun met poedersuiker en serveer ze direct.

Voor 6 personen

In de wintermaanden rest ons als fruit van eigen bodem alleen appels en peren.
En laten dat nu net de twee vruchten zijn waar u dit lekkere dessert mee kunt maken.
Als voorbereiding voor de gratin worden de plakjes appel en peer even in een mengsel van boter en suiker gebakken.
Daarvoor heeft u een grote koekenpan nodig en zelfs dan moet het waarschijnlijk nog in twee keer gebeuren.
Dit kunt u van tevoren doen, het hele gerecht kan eventueel van tevoren worden gemaakt, omdat het op kamertemperatuur geserveerd ook lekker is.

zoet

Appel-perengratin

INGREDIENTEN
  • 3 appels
  • 3 kleine, stevige peren
  • het sap van 1 kleine citroen
  • 40 gram roomboter
  • 75 gram fijne tafelsuiker
  • 2 eieren
  • 1 eidooier
  • 2 deciliter slagroom
  • 2-3 eetlepels geschaafde amandelen
BEREIDING

Verwijder van de appels en peren het klokhuis met een appelboor, schil de vruchten en snijd ze in plakjes.
Meng de vruchten direct met het citroensap, waardoor ze zo min mogelijk verkleuren.
Smelt de boter in een wijde koekenpan, voeg 40 gram suiker toe en roer deze goed door de boter.
Bak de plakjes appel en peer aan elke kant circa 2 minuten in het boter-suikermengsel, doe dit eventueel in gedeelten.
Leg de plakjes fruit na het bakken dakpansgewijs in een ingevette (ronde) ovenschaal, dit kan in meerdere lagen.
Klop de eieren los met de eidooier en de slagroom en voeg 35 gram suiker toe.
Schenk dit mengsel over de vruchten en strooi de amandelen erover.
Bak de gratin 15-25 minuten in een voorverwarmde oven op 210°C.
Serveer de gratin lauwwarm of op kamertemperatuur.

Voor 4 personen

Op verzoek hét recept voor deze heerlijke klassieker!
Ik gebruik hiervoor het liefst de Hollandse goudrenet, ook wel de Schone van Boskoop genoemd.
Omdat de goudrenet zo lekker gaar en zacht wordt, krijg je een smeuïge vulling.
De rozijnen week ik altijd even in wat sinaasappelsap en een scheut rum, maar als er ook kinderen van de taart snoepen, laat ik de rum achterwege.
De pijnboompitten zorgen voor een lekkere beet, u kunt ze vervangen door noten of weglaten.

zoet

Appeltaart, Hollandse

INGREDIENTEN
  • 100-150 gram rozijnen
  • 2-3 deciliter sinaasappelsap
  • een scheutje rum
  • 75 gram pijnboompitten of grof gehakte walnoten
  • 800 gram-1 kilo zure appels (goudrenet)
  • 75 gram kristalsuiker
  • geraspte schil van 1 citroen
  • 1 theelepel gemalen kaneel
  • 175 gram bloem
  • 90 gram witte basterdsuiker
  • 130 gram klontjes roomboter
  • 2 kleine eieren
  • snufje zout
BEREIDING

Week de rozijnen circa 30 min. in het sinaasappelsap met de rum.
Rooster de pijnboompitten goudgeel in een droge koekenpan, laat ze op een bord afkoelen.
Schil de appels, verwijder het klokhuis en snijd de appels in stukjes.
Meng de stukjes appel met de kristalsuiker, citroenrasp en kaneel.   
Meng voor het deeg de bloem, basterdsuiker, boter, 1 ei en het zout en kneed het mengsel snel tot een soepel deeg.
Voeg eventueel iets meer bloem toe als het deeg te zacht is.  
Houd eenvijfde deel van het deeg apart en rol de rest uit tot een cirkel van circa 32 centimeter doorsnede.
Bekleed hiermee een ingevette springvorm van circa 24 centimeter doorsnede.
Roer de uitgelekte rozijnen en de pijnboompitten door het appelmengsel en schep deze vulling op het deeg in de springvorm.
Rol het apart gehouden stukje deeg uit en snijd het in lange repen van circa 1 cm breed.
Leg de repen deeg in een ruitpatroon op de vulling en druk de uiteinden op de deegrand.
Klop 1 ei los met 1 eetlepel water en bestrijk hiermee het ruitpatroon en de deegranden.  
Bak de taart in circa 45 minuten goudgeel en gaar op het rooster, iets onder het midden van een voorverwarmde oven op 180°C.
Laat de taart op een rooster afkoelen en serveer hem lauwwarm of op kamertemperatuur, eventueel met lobbig geklopte slag­room.

Voor circa 12 personen

Voor liefhebbers van witte chocolade is dit het ultieme toetje, én, zeker niet onbelangrijk, heel snel en gemakkelijk te maken.
U moet wel minimaal vier uur van te voren beginnen, omdat de mousse tijd nodig heeft om op te stijven in de koelkast.
Het is een rijk dessert, serveer het daarom in kleine glaasjes.

zoet

Chocolademousse, witte

INGREDIENTEN
  • 175 gram witte chocolade van goede kwaliteit
  • 4 deciliter slagroom
  • 2 blaadjes witte gelatine
BEREIDING

Breek of hak de chocolade in stukjes.
Klop 2,5 deciliter slagroom bijna stijf.
Week de blaadjes gelatine circa 5 minuten in ruim koud water.
Verwarm 1,5 deciliter slagroom tot tegen de kook aan.
Knijp de blaadjes gelatine uit en los ze, van het vuur af, op in de warme slagroom.
Schenk deze warme gelatineroom over de stukjes chocolade en roer goed tot de chocolade gesmolten is en het mengsel wat is afgekoeld.
Schep de bijna stijfgeklopte slagroom door het chocolademengsel en verdeel de mousse over 6 glaasjes of schep hem in een grote schaal.
Laat de mousse 4 uur opstijven in de koelkast. 

Voor 6 personen