Quinoa was de trots van de Indianen, zij wisten al lang hoe lekker en gezond dit product is.
Quinoa (spreek uit: kienwa) wordt vaak in een adem genoemd met verschillende graansoorten, maar eigenlijk mogen de kleine, geel-witte quinoazaadjes geen ‘graan’ heten, het zijn echt zaadjes.
Quinoa is een andere naam voor gierstmelde, een ganzevoetachtige plant, die al ruim 5000 jaar geleden op de hoogvlaktes van de Andes werd verbouwd door de Inca’s.
In quinoa zitten geen gluten en daarom past het heel goed in een glutenvrij dieet.
Waarschijnlijk moet u voor quinoa naar de natuurvoedingswinkel, hoewel er inmiddels ook supermarkten zijn die het verkopen.
Normaal gesproken kook je quinoa ongeveer 12 minuten en je gebruikt twee delen water op een deel quinoa. Maar u kunt het beste de gebruiksaanwijzing op de verpakking volgen.
Quinoazaadjes zijn bedekt met een laagje saponine, wat een bittere smaak kan geven. Hoewel de meeste quinoa die in de winkel te koop is behandeld is om dit te verwijderen, is het toch een goed idee om (voor de zekerheid) quinoa voor het koken even te wassen.
De volle, aardse smaak komt goed tot zijn recht in een salade met een frisse dressing.
Deze salade lijkt op tabouleh, een salade met bulghur, dat is een graanproduct gemaakt van tarwe. U zult proeven hoe lekker deze variatie met quinoa is.
En omdat er in deze salade niets kan verpieteren, is hij heel geschikt voor een picknick.