profiel_210X170
Fotografie: Anja van Wijgerden

Marlies Batelaan

Welkom

Ruim twintig jaar schrijf ik over eten en drinken; eerst tien jaar voor Tip Culinair en vervolgens tien jaar voor Libelle. Na deze plezierige jaren bij beide tijdschriften vond ik het tijd worden voor iets anders. Omdat er veel te vertellen is over goede culinaire zaken en ik volop ideeën heb is deze site ontstaan. Een plek voor lekkere recepten, eerlijke wijnen, boeken, restaurants en producten en producenten die er toe doen.
Geniet ervan!

Het past bij de winter, zo’n Amerikaanse carottcake met specerijen, die traditioneel met een dikke laag icing (glazuur) wordt bestreken.
Ik ben niet heel dol op icing, dat maakt het geheel erg zoet, daarom laat ik het vaak weg en bestrooi de cake voor serveren met een flinterdun laagje poedersuiker.
Ik serveer er dan wel een lepeltje crème fraîche of lobbig geklopte, ongezoete slagroom bij.
Maar ik weet dat er veel echte icingliefhebbers bestaan en zij moeten het zeker toevoegen.

zoet

Wortelcake; Carottcake

INGREDIENTEN
  • 350 gram wortelen
  • 150 gram walnoten
  • 250 gram bloem
  • 200-250 gram kristalsuiker
  • snufje zout
  • 0,5-1 theelepel zuiveringszout (natrium bicarbonaat)
  • 2 theelepels gemalen kaneel
  • 1 theelepel gemalen piment
  • 2,25 deciliter zonnebloemolie
  • 3 grote eieren
BEREIDING

Rasp de wortelen fijn en hak de walnoten grof.
Meng de bloem met suiker, zout, zuiveringszout, kaneel en piment.
Roer de olie erdoor en klop het mengsel luchtig.
Klop de eieren een voor een door het beslag en spatel als laatste de noten en wortelen erdoor.
Schenk of schep het mengsel in een ingevette ronde vorm van 24-26 centimeter doorsnede.
Bak de carottcake in 40-45 minuten goudgeel en gaar in het midden van een voorverwarmde oven op 175°C.
Laat de cake iets afkoelen, haal hem dan uit de vorm en laat hem op een rooster verder afkoelen.

Voor 10-14 personen

Voor de icing (glazuur)
Klop 200 gram verse roomkaas met 4 eetlepels crème fraîche en 2 eetlepels zachte roomboter tot een luchtige crème.
Roer er circa 225 gram poedersuiker in gedeelten door tot alle suiker is opgenomen en het mengsel mooi glad is.
Breng de icing op smaak met 1-2 eetlepels citroensap en strijk hem in een dikke laag over de bovenkant van de afgekoelde cake.
Laat dit circa 1 uur ‘harden’ op kamertemperatuur.

Je kunt er speciaal spaghetti voor koken, maar met een restje spaghetti lukt het ook.
Misschien is er nog wat overgebleven van gisteren.
Als je een restje spaghetti wilt bewaren, schep er dan wel wat olijfolie door, anders is de pasta de volgende dag veranderd in een aan elkaar geplakt stuk.
Mocht dit gebeuren dan kan het toch nog gebruikt worden, snijd het voor gebruik in stukjes. 
Zo’n frittata is een omelet, goed gevuld in dit geval.
Samen met een salade is dit een compleet gerecht.

hoofdgerechten

Frittata met spinazie en ricotta

INGREDIENTEN
  • 150 gram spaghetti
  • zout, peper
  • 5 eetlepels olijfolie
  • 500 gram verse spinazie
  • 250 gram ricotta
  • 60 gram versgeraspte Parmezaanse kaas
  • 3 eetlepels fijngesneden platte peterselie of basilicum
  • snufje gedroogde chilivlokken
  • 4 grote eieren
BEREIDING

Kook de pasta volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking beetgaar.
Laat de pasta uitlekken en roer er direct 2 eetlepels olijfolie door.
Verhit 1 eetlepel olie in een wok of grote koekenpan en roerbak hierin de gewassen en goed uitgelekte spinazie circa 5 minuten tot de bladeren slinken.
Druk het overtollige vocht in een zeef uit de spinazie. 
Snijd de spinazie grof en meng de ricotta, Parmezaanse kaas, peterselie en chilivlokken erdoor.
Klop de eieren los en schep ze door het spinaziemengsel, schep ook de spaghetti erdoor en breng op smaak met zout en peper.
Verhit 2 eetlepels olie in een grote koekenpan en schep het spaghettimengsel erin, druk het goed aan en bak de frittata op matig vuur in 12-18 minuten goudgeel en gaar.
Keer de frittata met behulp van een groot deksel, als de bovenkant is gestold. 
Serveer de frittata warm of lauwwarm met een frisse salade. 

Voor 3-4 personen

Vandaag wordt het pasta op de manier zoals ze het in Genua graag eten, tenminste… dat heb ik me laten vertellen.
Het is al een jaar of tien geleden dat ik tijdens een demonstratie op de BBC Good Food Fair in Birmingham een Italiaanse kok deze pasta zag bereiden en hij vertelde dat dit de lievelingspasta is van de bewoners in en rondom Genua. 
Het is een lekker gerecht, een bijzondere combinatie van pasta, aardappelen en sperzieboontjes met de rijke smaak van pesto.
Nu is het misschien niet het ideale moment om pesto vers te maken, maar ik heb erg veel trek in een zomers-getint gerecht.
Bovendien heb ik nog pesto in de vriezer, ik maak deze saus altijd in grote hoeveelheden, zodat ik er tijdens de basilicum-arme maanden ook af en toe van kan genieten.
Er zijn wel basilicumplantjes te koop, die zou u kunnen gebruiken, want een huisgemaakte pesto is absoluut het allerlekkerst.
Zorg dat de aardappelen en boontjes klaar staan, want als de pasta eenmaal beetgaar is, gaat alles snel en kan er niet gewacht worden.

hoofdgerechten

Spaghetti alla Genovese

INGREDIENTEN
  • 4 middelgrote vastkokende aardappelen, ongeschild
  • zout, peper
  • 200 gram dunne sperzieboontjes
    (haricots verts)
  • 300 gram spaghetti of linguine
  • 4 flinke eetlepels pesto
    (zie recept)
BEREIDING

Borstel de aardappelen schoon en kook ze gaar in 18-23 minuten. 
Laat ze even uitdampen en snijd ze daarna in dunne plakjes.
Haal de bonen af en snijd ze in stukken van 3-4 centimeter.
Kook ze in circa 3 minuten beetgaar.
Kook de pasta volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking beetgaar.
Schenk de pasta door een zeef en vang een deel van het kookwater op.
Doe de zo goed als uitgelekte pasta terug in de nog hete pan en schep er direct de aardappelen, bonen en pesto door.
Zet de pan heel even terug op het vuur en meng alles goed, voeg eventueel enkele lepels van het pastakookwater toe als het mengsel te droog blijkt.
Breng op smaak met zout en peper en serveer direct. 

Voor 4 personen

Van de bakker zijn ze vaak al erg lekker, maar zelfgemaakt…… je weet niet wat je proeft!
Dit is een echt Hollands koekje of koek, want je maakt ze meestal iets groter dan een normaal koekje.
Traditioneel ligt er onder een kokosmakaroon ouwel, dat kun je eten, ik noemde het vroeger ‘eetpapier’.
Met die ouwel bekleed je de bakplaat en de koekjes hechten zich tijdens het bakken aan de ouwel. Als je de koekjes van de bakplaat haalt, ‘scheur’ je de ouwel gewoon rondom de koekjes los.
Nu weet ik dat ouwel tegenwoordig moeilijk te vinden is in Nederland, ik koop het in Frankrijk, maar ik zal eens informeren hoe het met de verkoop in ons land gaat.
De kleine velletjes die altijd bij de supermarkt te koop waren, zijn er in elk geval niet meer.
Misschien kan een bakker hulp bieden en anders kunnen de koekjes op bakpapier gebakken worden en er met een spatel worden afgeschept.

zoet

Kokosmakaronen

INGREDIENTEN
  • 4 eiwitten
  • 180-225 gram fijne tafelsuiker
  • snufje zout
  • 250 gram geraspte, gedroogde kokos
  • ouwelvellen of bakpapier
BEREIDING

Bekleed 2 bakplaten met de ouwelvellen of met bakpapier.
Klop de eiwitten stijf met de suiker.
Spatel het zout en de kokos er voorzichtig door en schep het beslag in een spuitzak met gladde spuitmond.
Spuit cirkels beslag op de met ouwelvellen beklede bakplaten, zorg voor voldoende tussenruimte, omdat het beslag tijdens het bakken zal uitlopen (of schep met 2 dessertlepels het beslag met tussenruimte op de ouwelvellen).
Bak de koeken in 18-25 minuten goudgeel en krokant in het midden van een voorverwarmde oven op 150°C.
Laat de koeken op de bakplaat afkoelen en scheur daarna de ouwel rondom de koeken weg.

Voor 20-30 stuks

Meestal kook ik er speciaal die kleine Ratte-aardappelen voor, maar dit kleine gerechtje kan natuurlijk ook met overgebleven gekookte aardappelen worden gemaakt.
Ik serveer het regelmatig bij de lunch, maar het kan ook voorgerecht.
Maak het in éénpersoons porties in kleine platte schaaltjes of bijvoorbeeld op die leistenen plateautjes.
Raclettekaas is op dit moment volop te koop bij de kaaswinkel, koop het liefst de rauw-melkse, die is het lekkerst.

voorgerechten

Aardappelen met raclettekaas en rauwe ham

INGREDIENTEN
  • 4-6 kleine (ratte)aardappelen, ongeschild
  • zout, peper
  • 2 plakken raclettekaas
  • 2 dun gesneden plakken rauwe ham
BEREIDING

Borstel de aardappelen schoon en kook ze in water met zout gaar in 15-18 minuten. Laat ze afkoelen tot u ze kunt beetpakken en snijd ze in plakjes van een halve centimeter.
Verdeel de aardappelplakjes naast elkaar over 2 schaaltjes of plateautjes, ze mogen elkaar wat overlappen.
Maal er een beetje peper over en leg er de plak kaas op, de kaas moet de aardappelen ongeveer bedekken.
Zet de schaaltjes circa 10 minuten in een voorverwarmde oven op 220°C tot de kaas gesmolten is. Leg er uit de oven de rauwe ham op en serveer direct.    

Voor 2 personen

Om nog een beetje in de hapjessfeer te blijven als het om boerenkool (en andere wintergroenten) gaat, volgt hier een tempurarecept.
Naast boerenkool- of palmkoolbladeren kunt u ook dunne plakjes winterwortel, pastinaak, knolselderij en peterseliewortel gebruiken.
Ook voor dit recept geldt: gebruik de zachte boerenkoolbladeren en verwijder de grote, harde nerven. De dunne, soepele nerven kunnen blijven zitten.
Ik maak hier zelf een tempurabeslag, maar als u het handiger vindt om een kant-en-klare tempura-battermix te gebruiken, kan dat natuurlijk ook, volg in dat geval de gebruiksaanwijzing op de verpakking.
Bij een goede tempura zit er slechts een flinterdun laagje beslag om de groente en zeker geen dikke ‘beignet’laag.
Laat de groente daarom goed uitdruipen nadat u ze door het beslag heeft gehaald.
De al gefrituurde groente kunt u even warm houden in een voorverwarmde oven op circa 80°C.
Serveer de tempura als hapje of als voorgerecht met Japanse sojasaus of met een vinaigrette.

hartig

Tempura van wintergroenten

INGREDIENTEN
  • circa 8 malse boerenkoolbladeren
  • 1 kleine pastinaak
  • 1 kleine winterwortel
  • stukje knolselderij
  • 1 peterseliewortel
  • 1 ei
  • 100 g rijstebloem, gezeefd
  • 50 g patentbloem, gezeefd
  • frituurolie
  • Japanse sojasaus
  • vinaigrette (zie recept avocado met vinaigrette)
BEREIDING

Verwijder de harde nerven uit de boerenkoolbladeren en snijd de bladeren in grove driehoeken of repen.
Schil de andere groenten en snijd ze in lange, dunne plakken van circa 2 millimeter dik.
Verwarm de oven voor op 80°C.
Klop in een kom het ei los met 2 deciliter ijskoud wa­ter en roer er vervolgens de rijstebloem en patentbloem door.
Verhit de frituurolie tot circa 175°C.
Haal de groenten in gedeelten door het beslag, laat het teveel aan beslag eraf lopen en frituur de groenten in de hete olie goudgeel.
Laat ze op keukenpapier uitlekken en houd ze warm in de oven.
Serveer ze met sojasaus en/of een vinaigrette.

Voor 6-10 personen