profiel_210X170
Fotografie: Anja van Wijgerden

Marlies Batelaan

Welkom

Ruim twintig jaar schrijf ik over eten en drinken; eerst tien jaar voor Tip Culinair en vervolgens tien jaar voor Libelle. Na deze plezierige jaren bij beide tijdschriften vond ik het tijd worden voor iets anders. Omdat er veel te vertellen is over goede culinaire zaken en ik volop ideeën heb is deze site ontstaan. Een plek voor lekkere recepten, eerlijke wijnen, boeken, restaurants en producten en producenten die er toe doen.
Geniet ervan!

Een ribstuk is een aantal ribkarbonades aan elkaar.
Op deze manier wordt het als groot vlees bereid in de oven en in zijn geheel geserveerd.
Het is een makkelijke manier van bereiden en gaat altijd goed.
Kies een ribstuk van een goed varken met een mooi laagje vet aan de vleeskant, dat komt de smaak ten goede en het vlees blijft er malser door.
Ik gebruik in dit gerecht salie en citroen, beide smaakmakers passen heel goed bij varkensvlees.
De dag voor bereiden wrijf ik het vlees dun in met mosterd en geraspte citroenschil en laat de smaken een nacht intrekken.
Als het vlees gaar is, kan het worden losgesneden van het bot en daarna in plakken worden gesneden.
Wilt u het vlees met bot serveren, dan moet u de slager vragen het bot tussen de ribben vast door te zagen of te hakken, want met een gewoon mes komt u er niet doorheen.
De teentjes knoflook en de aardappelen garen naast het vlees in de braadslede, maar als u andere bijgerechten in gedachte heeft, kunt u beide of alleen de aardappelen weglaten.
De knoflookteentjes worden tijdens het bereiden zacht en gaar, aan tafel kun je dan de pulp eruit drukken en bij het vlees eten.

hoofdgerechten

Varkensribstuk, gebraden met salie en citroen

INGREDIENTEN
  • 1 varkensribstuk met 6 ribben (à circa 1,5 kilo)
  • 12 salieblaadjes 
  • 2 theelepels geraspte citroenschil
  • 3 eetlepels Dijonmosterd
  • zout, versgemalen peper
  • 3-4 eetlepels olijfolie
  • 2 deciliter droge witte wijn
  • 12 ongepelde teentjes knoflook
  • 1-1,5 kilo kleine aardappelen, ongeschild
  • het sap van 0,5-1 citroen 
  • 3-4 deciliter kalfsfond of sterke vleesbouillon
  • 1 eetlepel heel fijn gesneden salie
  • 25 gram koude boter
BEREIDING

Begin de dag voor serveren: snijd met de punt van een scherp mes 12 kleine inkepingen in de vetrand van het vlees en stop in elke inkeping een blaadje salie.
Meng de geraspte citroenschil met de mosterd, een snufje zout en wat vers gemalen peper en wrijf hiermee het ribstuk in.
Laat het vlees in een goed afgedekte schaal 1 nacht in de koelkast marineren.
Haal het de volgende dag 1 uur voor bereiden uit de koelkast.
Leg het vlees met het mosterd-citroenlaagje in een braadslede en schenk de olijfolie erover. Leg de teentjes knoflook naast het vlees en schenk de wijn naast het ribstuk in de ovenschaal.
Braad het vlees in 60 tot 75 minuten gaar en goudbruin in het midden van een voorverwarmde oven op 210°C.
Halveer de goed schoongeboende aardappelen en leg ze na 20 minuten naast het vlees, schep ze even om.
Bedruip het vlees en de aardappelen regelmatig met het braadvocht.
De gaarheid van het vlees kunt u eventueel met een vleesthermometer controleren. Steek deze in het midden van het vlees, maar zorg ervoor dat de thermometer het bot niet raakt. De kerntemperatuur moet circa 62°C zijn.
Neem het vlees uit de braadslede en laat het circa 15 minuten rusten.
Schep ook de aardappelen en knoflook uit de braadslede en houd deze warm.
Zet de braadslede op het vuur, schep er eventueel eerst enkele lepels vet uit als er tijdens het braden veel vet is vrij gekomen.
Schenk het citroensap en de fond in de braadslede en roer de aanbaksels in de braadslede los. Voeg de fijngesneden salieblaadjes toe en laat de saus op zacht vuur tot de helft inkoken.
Breng hem op smaak met zout en peper en roer er voor serveren de klontjes boter door, waardoor de saus een beetje bindt.
Snijd het vlees los van het been en serveer het in plakken gesneden met de saus en de aardappelen.
Knijp het pulp uit de teentjes knoflook en eet dit samen met het vlees.

Voor 6-10 personen

Rijk aan calorieën, maar o zo lekker…. en als je er een of twee lepeltjes van neemt en niet elke dag, kan het geen kwaad.
Vis met een goede beurre blanc is een traktatie.
Maar ook bij sommige groenten kun je beurre blanc serveren, zoals bij asperges of bij gestoofde preitjes of venkel.  
De saus is niet moeilijk, wel moet je met aan paar dingen rekening houden.
De smaakmakers, sjalot, witte wijn en azijn, moeten samen rustig inkoken tot er slechts 2 eetlepels over blijven.
Samen met de slagroom kookt het mengsel nogmaals in, nu tot de helft.
Vervolgens wordt de boter, klontje voor klontje, toegevoegd en dan is het zaak om de temperatuur heel goed in de gaten te houden, de saus mag niet koken, maar moet tegen de kook aangehouden worden, 85°C is een goede temperatuur.
De saus kan au bain-marie een minuut of vijftien warm gehouden worden.
In een goede thermoskan blijft hij ongeveer een uur op temperatuur.

bijgerechten

Beurre blanc

INGREDIENTEN
  • 40 gram sjalotjes
  • 0,5 deciliter witte wijn
  • 0,5 deciliter witte wijnazijn
  • zout, versgemalen witte peper
  • 3 eetlepels slagroom
  • 200 gram koude roomboter, in blokjes
  • citroensap
BEREIDING

Snijd de sjalotjes heel fijn en doe ze samen met de wijn, azijn en een snufje peper in een steelpan met dikke bodem.
Laat dit mengsel op heel zacht vuur inkoken tot er 2 eetlepels over zijn.
Schenk de slagroom erbij en kook het mengsel nogmaals in op heel zacht vuur, nu tot de helft.
Voeg nu de boter blokje voor blokje toe, nog steeds op heel laag vuur en klop met een garde onafgebroken tot de saus mooi gaat binden.
Let daarbij op de temperatuur, de saus mag absoluut niet koken.
Breng de saus, als alle boter is opgenomen, op smaak met zout, peper en eventueel een beetje citroensap.
Serveer hem direct of houd hem, au bain-marie (in een kom boven een pan heet water), maximaal 15 minuten warm.
Of schenk hem in een thermoskan, zo blijft hij circa 1 uur warm.

Voor 6-8 personen

Een lekkere, pittige saus die heel goed past bij gepocheerde vis of bij koude kip en vleeswaren.
De basis is een goede mayonaise, ik ben een groot fan van de Belze mayonaise van Tons, een pure mayonaise zonder onnodige toevoegingen. Hij is bij enkele supermarkten te koop.
Remouladesaus maken is een fluitje van een cent en het resultaat is verrukkelijk.

bijgerechten

Remouladesaus

INGREDIENTEN
  • 50 gram zure augurkjes
  • 1 volle eetlepel kappertjes
  • 1 ansjovisfilet
  • 200 gram mayonaise
  • 1 theelepel Dijonmosterd
  • 4 eetlepels fijngesneden kruiden (platte peterselie, dragon en kervel)
  • zout, versgemalen peper
BEREIDING

Snijd de augurkjes heel fijn en doe dit ook met de kappertjes en de ansjovis.
Meng de mayonaise met de mosterd, augurkjes, kappertjes, ansjovis en de kruiden.
Breng de saus op smaak met zout en versgemalen peper.

Voor 6-8 personen

Dit is de lekkerste manier om vis te bereiden, zo puur en alle smaken blijven behouden, omdat de vis afgedekt gaart onder een laagje zeezout.
Het visvlees blijft op deze manier sappig en heeft bijzonder veel smaak.
Bovendien is het ook nog eens een heel gemakkelijk bereiding, die niet kan mislukken.
Ik gebruik hiervoor dat grove grijze zeezout, dat is een beetje vochtig en daardoor kun je het gemakkelijk om de vis vormen.
Maar het gewone witte, grove zeezout kan ook, dat grove is belangrijk, want met het fijne zout lukt het niet.
Een ander heel belangrijk punt is dat de vis heel moet zijn en niet ontschubt mag worden.
Het vel moet helemaal intact zijn, anders komt het visvlees in contact met het zout en dat is niet lekker. 
Zeebaars en dorade is heel geschikt voor deze manier van bereiden.
Voor 4 personen kun je een groot exemplaar nemen van ruim een kilo, maar meestal worden het twee vissen omdat die grote joekels moeilijk te vinden zijn.
Je hebt hier wel twee tot drie kilo zout voor nodig, maar dat grijze zeezout is niet zo kostbaar.
Als de vis gaar is, hak je voorzichtig de zoutkorst kapot en daarna verwijder je het vel van de vis, zorg ervoor dat het visvlees niet met de zoutkorst in aanraking komt.
Dit is een heerlijk gerecht voor het kerstdiner, serveer er dan een remouladesaus bij of een warme beurre blanc.
Het recept voor beide sauzen geef ik morgen.

hoofdgerechten

Vis in zoutkorst

INGREDIENTEN
  • 1 grote dorade of zeebaars van ruim 1 kilo of
    2 dorades of zeebaarzen à 600 gram
  • zout, peper
  • 2 takjes tijm
  • 2 takjes dragon of dille
  • 2-3 kilo grof grijs of wit  zeezout
BEREIDING

Laat de vissen door de visboer schoonmaken, dat wil zeggen de ingewanden eruit, maar laat de vissen niet ontschubben.
Bestrooi de buikholte van de vis met zout en peper en leg de takjes tijm en dragon erin.
Strooi een dun laagje zout op de bodem van een braadslede, leg de vissen op het zout en strooi zoveel zout op de vissen tot ze helemaal met zout bedekt zijn.
Besproei de zoutkorst heel dun met wat water uit een plantenspuit.
Zet de schaal, als u 2 vissen gebruikt 12-14 minuten in het midden van een voorverwarmde oven op 240°C.
Als u een grote vis heeft is de bereidingstijd 18-20 minuten (circa 10 minuten per 500 gram).
Haal de braadslede uit de oven, hak de zoutkorst voorzichtig kapot en verwijder de stukken zoutkorst zoveel mogelijk.  
Haal voorzichtig het vel van de vis en zorg erbij dat het visvlees niet in contact komt met het zout.
Neem het visvlees van de graat en serveer en een lekkere remouladesaus of beurre blanc bij.

Voor 4 personen

De ui is niet direct een groente waaraan je denkt als bijgerecht, toch kun je er heel goed mee aan de slag.
Bij varkensvlees of lamsvlees bijvoorbeeld, maar ook bij wild en gevogelte smaakt een uiencompote verrukkelijk en deze kleine gekarameliseerde zoet-zure uitjes uit de oven zijn ook niet te versmaden.
Ze zijn ook erg lekker als onderdeel van een antipasti, die heerlijke Italiaanse voorgerechten.
Bovendien kun je ze al een dag eerder bereiden en heel voorzichtig verwarmen.
Als antipasti zijn ze het lekkerst op kamertemperatuur.
Ga op zoek naar kleine uitjes, ze hoeven niet piepklein te zijn, geen formaat zilveruitjes, maar ongeveer twee keer zo groot.
Kies, bij gebrek aan kleine uitjes, een kleine maat sjalotjes.

bijgerechten

Uitjes, zoet-zure

INGREDIENTEN
  • 750 gram kleine uitjes of sjalotjes
  • 50 gram roomboter
  • 1 eetlepel kristalsuiker
  • 3 eetlepels rode wijnazijn
  • zout, peper
  • 2 eetlepels pijnboompitten
  • 1 volle eetlepel gedroogde cranberries of rozijnen
BEREIDING

Snijd een stukjes van de onder- en bovenkant van de uitjes, maar doe dit niet te royaal, het is de bedoeling dat de uitjes tijdens het garen heel blijven en niet in stukken uiteen vallen. Verwijder de schilletjes.
Verhit de boter in een grote ovenvaste braadpan of stevige ovenschaal die groot genoeg is om de uitjes naast elkaar in te leggen.
Voeg, als de boter bruin begint te worden, de suiker en 2 eetlepels azijn toe.
Doe de uitjes in de pan, voeg wat zout en peper toe en schep alles goed om.
Bak de uitjes in open pan circa 20 minuten op heel zacht vuur, schep ze tussentijds slechts 1 keer om.
Voeg nu de pijnboompitten en cranberries toe en nog 1 eetlepel azijn, meng alles goed en zet de pan 40-45 minuten in een voorverwarmde oven op 140°C tot de uitjes mooi goudgeel gekarameliseerd zijn.
Schep ze tussentijds regelmatig om en houd goed in de gaten dat ze niet te donker worden, dan wordt de karamel bitter.
Serveer ze warm, maar niet heet.

Voor 4-6 personen

Deze verrukkelijke vegetarische ‘loempia’s’ maak ik met filodeeg of brickdeeg (feuille de brick), een beetje anders dan de normale loempia’s, want die maak je meestal met rijstvellen.
Vaak bereid ik pakketjes met filodeeg in de oven, maar in dit geval gaat frituren sneller en dan wordt de avocado niet ze heel warm, dat vind ik lekkerder.
Ik bak ze in een wok in een laagje zonnebloemolie en keer de loempia’s regelmatig.
De vulling met avocado, gedroogde tomaten, lente-ui en koriander is heerlijk fris, zelfs als de vulling meegebakken wordt en warm is.
Met een toef groene salade of rucola is dit een erg lekker voorgerecht, maar natuurlijk kunt u ze ook als hapje serveren.

voorgerechten

Avocado'loempia's

INGREDIENTEN
  • 2 rijpe, maar stevige avocado's
  • 4 gedroogde tomaten
  • 2 lente-uitjes
  • 3 eetlepels grof gesneden koriander
  • zout, peper
  • limoensap
  • 8 vellen filodeeg of brickdeeg
    van circa 20 x 20 centimeter
  • zonnebloemolie
BEREIDING

Verwijder de schil van de avocado's en snijd het vruchtvlees in blokjes.
Snijd de tomaten fijn en de lente-ui in flinterdunne ringen.
Meng voor de vulling de avocado met tomaat, lente-ui, koriander en zout, peper en limoensap naar smaak.
Vul de deegvellen één voor één en dek de andere vellen af met een vochtige doek tot u ze gebruikt, want ze drogen snel uit.
Leg een deegvel met een punt naar u toe op het werkvlak en schep een flinke lepel vulling zo dicht mogelijk bij die punt.
Rol nu het deeg een keer om de vulling en druk de vulling daarbij tegelijkertijd tot een langwerpig rolletje.
Sla nu de twee hoeken aan beide zijkanten naar binnen en rol de loempia verder op tot de laatste punt, de loempia heeft nu de vorm van een iets dikkere Vietnamese loempia.
Als u ze van te voren bereid, kunt u ze het beste goed afdekken met plasticfolie tot het moment van frituren. Maar doe dit niet te lang van tevoren.
Frituur de 'loempia's in gedeelten goudgeel en krokant in 4-6 minuten in hete zonnebloemolie op 170°C.
Laat ze op keukenpapier uitlekken en serveer ze met groene salade of rucola.

Voor 8 stuks