Deze week heb ik heel intensief Indonesisch gekookt voor Franse vrienden.
Van een aantal gerechten gaf ik al eerder het recept, zoals babi ketjap, rendang en kare ajam.
Nieuwkomer was het gerecht met gebakken garnalen in kokossaus; sambal goreng oedang en dit was, evenals de andere gerechten een succes.
Het vergt, zoals bij vrijwel alle Indonesische gerechten het geval is, wel wat voorbereiding. 
Het lekkerste wordt het gerecht als u het mengsel van sjalot, knoflook, rode peper, gember, geelwortel, kemirienoten en trassi fijnwrijft in een vijzel, dan komen de meeste smaken vrij.
Dat fijnwrijven is een zeer tijdrovend werk, een keukenmachine kan hulp bieden, maar die slaat de ingrediënten fijn en dat is met name voor de sjalotjes geen goede manier.
Deze keer heb ik dat fijnwrijven achterwege gelaten en alle ingrediënten zéér fijngesneden of geraspt; sjalot en rode peper werden fijngesneden, voor de knoflook gebruikte ik zo’n aardewerken Provençaals raspje en de gember en geelwortel kregen er van langs met de fijne microplanerasp (deze fantastische raspen zijn er in meerdere variaties).
Dus bleven er alleen nog de kemirienoten en trassi over om fijn te wrijven en dat was een fluitje van een cent. Het resultaat was verrukkelijk.
Verse geelwortel is te koop bij de toko.