Peren zijn al eens voorbij gekomen als crumble, maar deze lekkere wintervrucht leent zich voor veel meer gerechten.
Perensleetjes zien er prachtig uit, alsof ze zo bij de banketbakker vandaan komen en lekker dat ze zijn….
En toch zijn ze heel gemakkelijk te maken.
Kant-en-klaar bladerdeeg is de basis, daarbij komen lekkere handperen, wat honing en suiker en een snufje gemalen kaneel.
zoet
Perensleetjes
- 3 plakjes diepvriesbladerdeeg
- 3 rijpe, maar stevige handperen
- 2 eetlepels honing
- 2 eetlepels kristalsuiker
- snufje gemalen kaneel
- eventueel poedersuiker
Laat de plakjes deeg ontdooien, rol elk plakje deeg iets uit en halveer ze.
Leg ze even in de koelkast.
Schil de peren, halveer ze en verwijder het klokhuis.
Snijd steeds een gehalveerde peren in heel dunne plakken en leg deze plakken tegen elkaar op een stukje deeg, zodat het net lijkt of er een halve peer op ligt.
Steek het steeltje eventueel in het deeg, zodat het uitsteekt, dit kan natuurlijk slechts bij drie taartjes of 'leen' nog drie steeltjes van andere peren.
Snijd het deeg rondom de peer weg maar laat daarbij een deegrand van circa 1 centimeter zitten. Nu zijn er peervormige taartjes ontstaan.
Bestrijk de peer en het deeg dun met honing en bak de taartjes 20-25 minuten in het midden van een voorverwarmde oven op 200°C.
Meng de suiker met de kaneel en bestrooi de deegranden van de taartjes na circa 10 minuten baktijd met de kaneelsuiker, zodat het deeg licht karameliseert tijdens het bakken.
Bestrijk de warme peren uit de oven eventueel nog met wat honing zodat ze mooi gaan glanzen, of bestrooi ze heel dun met poedersuiker.
Voor 6 stuks