Zuurkool wordt gemaakt van witte kool; aan de fijngesneden kool wordt zout toegevoegd, zo’n één tot twee procent, en vervolgens wordt alles in kuipen gelegd. Dan wordt de kool aangestampt, afgedekt en met gewichten verzwaard.
Daarna treedt er een fermentatie op en worden het zetmeel en de suikers in de kool omgezet in melkzuur. Dit duurt een aantal weken, afhankelijk van de temperatuur.
In Noord-Holland, de koolschuur van Europa, wordt heel veel zuurkool gemaakt en van daaruit ook geëxporteerd.
Zuurkool koop je rechtstreeks uit het vat, in kleine emmertjes van één kilo of in plastic verpakkingen van 500 gram.
De kwaliteit is vrijwel altijd goed, alleen de zuurbeleving kan nogal variëren.
Ik vind het een gruwel om té zure zuurkool te eten, daarom proef ik de zuurkool altijd en als ik hem te zuur vind, spoel ik de zuurkool een aantal keren in ruim koud water.
Deze handeling had ik ook eens in een tijdschrift geschreven, waarna een zuurkoolproducent mij belde en zei dat dit niet de bedoeling was en dat ik op deze manier ook de vitamines wegspoelde. 
In hoeverre dat waar is kan ik niet controleren, maar zuurkool is rijk aan vitamine C en ik neem toch aan dat dit niet allemaal verdwijnt door het spoelen.
Reuzel geeft zuurkool die lekkere ouderwetse smaak, veel slagers verkopen het nog, evenals casselerrib, de gezouten en gerookte ontbeende ribkarbonade.