Verse doperwten
Potage Saint-Germain noemen de Fransen de verrassend lekkere soep, die wordt gemaakt met vers gedopte erwtjes. Dit in tegenstelling tot onze Hollandse erwtensoep waarin je gedroogde spliterwten gebruikt.
In de potage gaat gezouten mager spek en daar moet je vaak even naar zoeken, het meeste spek in ons land wordt na het zouten gerookt. Zuurkoolspek is geschikt, dat wordt alleen gezouten en anders kan niet-gerookt bakbacon ook.
Zijn er geen verse doperwten verkrijgbaar, dan kun je eventueel ook 400-500 gram diepvrieserwtjes gebruiken. Maar de verse erwtjes winnen het!

voorgerechten

Doperwtensoep

INGREDIENTEN
  • 1 kilo verse doperwten
  • 125 gram gezouten, mager spek
  • 4 jonge, nieuwe uitjes
  • 60 gram zachte boter
  • 2 takjes bonenkruid of 1 takje tijm
  • 1 blaadje laurier
  • 2 platte peterseliestelen
  • 1,5 liter groente- of kippenbouillon
  • (1 eetlepel verse kervelblaadjes)
BEREIDING

Dop de erwten. Snijd het zwoerd van het spek. Leg het spek in een pan, bedek het met koud water en breng dit op middelhoog vuur aan de kook. Giet het water af zodra het kookt en laat het spek uitlekken en afkoelen. Snijd het daarna in dunne reepjes.
Snijd de uitjes fijn. Smelt 35 gram boter en bak hierin de spekreepjes en ui 4-6 minuten, zonder ze te laten kleuren. Voeg de gedopte erwtjes toe en bonenkruid, laurier en peterselie. Schep alles even om en schenk er dan de bouillon bij.
Breng de soep aan de kook en laat hem 20-22 minuten zachtjes koken.
Neem, van het vuur af, een flinke schep erwtjes uit de pan. Verwijder bonenkruid, laurier en peterselie en pureer de soep. Zeef hem eventueel. Klop de slagroom lobbig en spatel deze door de soep. Breng op smaak met zout en peper en klop er nog 25 gram boter door.
Verdeel de apart gehouden doperwten over 4-6 warme soepkommen of borden en schep de soep erop. Garneer eventueel met kervelblaadjes.

Voor 4-6 personen

Geef een reactie