Een ribstuk is een aantal ribkarbonades aan elkaar.
Op deze manier wordt het als groot vlees bereid in de oven en in zijn geheel geserveerd.
Het is een makkelijke manier van bereiden en gaat altijd goed.
Kies een ribstuk van een goed varken met een mooi laagje vet aan de vleeskant, dat komt de smaak ten goede en het vlees blijft er malser door.
Ik gebruik in dit gerecht salie en citroen, beide smaakmakers passen heel goed bij varkensvlees.
De dag voor bereiden wrijf ik het vlees dun in met mosterd en geraspte citroenschil en laat de smaken een nacht intrekken.
Als het vlees gaar is, kan het worden losgesneden van het bot en daarna in plakken worden gesneden.
Wilt u het vlees met bot serveren, dan moet u de slager vragen het bot tussen de ribben vast door te zagen of te hakken, want met een gewoon mes komt u er niet doorheen.
De teentjes knoflook en de aardappelen garen naast het vlees in de braadslede, maar als u andere bijgerechten in gedachte heeft, kunt u beide of alleen de aardappelen weglaten.
De knoflookteentjes worden tijdens het bereiden zacht en gaar, aan tafel kun je dan de pulp eruit drukken en bij het vlees eten.

hoofdgerechten

Varkensribstuk, gebraden met salie en citroen

INGREDIENTEN
  • 1 varkensribstuk met 6 ribben (à circa 1,5 kilo)
  • 12 salieblaadjes 
  • 2 theelepels geraspte citroenschil
  • 3 eetlepels Dijonmosterd
  • zout, versgemalen peper
  • 3-4 eetlepels olijfolie
  • 2 deciliter droge witte wijn
  • 12 ongepelde teentjes knoflook
  • 1-1,5 kilo kleine aardappelen, ongeschild
  • het sap van 0,5-1 citroen 
  • 3-4 deciliter kalfsfond of sterke vleesbouillon
  • 1 eetlepel heel fijn gesneden salie
  • 25 gram koude boter
BEREIDING

Begin de dag voor serveren: snijd met de punt van een scherp mes 12 kleine inkepingen in de vetrand van het vlees en stop in elke inkeping een blaadje salie.
Meng de geraspte citroenschil met de mosterd, een snufje zout en wat vers gemalen peper en wrijf hiermee het ribstuk in.
Laat het vlees in een goed afgedekte schaal 1 nacht in de koelkast marineren.
Haal het de volgende dag 1 uur voor bereiden uit de koelkast.
Leg het vlees met het mosterd-citroenlaagje in een braadslede en schenk de olijfolie erover. Leg de teentjes knoflook naast het vlees en schenk de wijn naast het ribstuk in de ovenschaal.
Braad het vlees in 60 tot 75 minuten gaar en goudbruin in het midden van een voorverwarmde oven op 210°C.
Halveer de goed schoongeboende aardappelen en leg ze na 20 minuten naast het vlees, schep ze even om.
Bedruip het vlees en de aardappelen regelmatig met het braadvocht.
De gaarheid van het vlees kunt u eventueel met een vleesthermometer controleren. Steek deze in het midden van het vlees, maar zorg ervoor dat de thermometer het bot niet raakt. De kerntemperatuur moet circa 62°C zijn.
Neem het vlees uit de braadslede en laat het circa 15 minuten rusten.
Schep ook de aardappelen en knoflook uit de braadslede en houd deze warm.
Zet de braadslede op het vuur, schep er eventueel eerst enkele lepels vet uit als er tijdens het braden veel vet is vrij gekomen.
Schenk het citroensap en de fond in de braadslede en roer de aanbaksels in de braadslede los. Voeg de fijngesneden salieblaadjes toe en laat de saus op zacht vuur tot de helft inkoken.
Breng hem op smaak met zout en peper en roer er voor serveren de klontjes boter door, waardoor de saus een beetje bindt.
Snijd het vlees los van het been en serveer het in plakken gesneden met de saus en de aardappelen.
Knijp het pulp uit de teentjes knoflook en eet dit samen met het vlees.

Voor 6-10 personen

Geef een reactie